2006 SLAG RVER JAA
N E D E R L A N D S E O R D E V A N A D V O C AT E N NEUHUYSKADE 94, 2596 XM DEN HAAG
I N F O @ A D V O C AT E N O R D E . N L
W W W. A D V O C AT E N O R D E . N L
Nederlandse Orde van Advocaten Neuhuyskade 94 2596 XM Den Haag
Postbus 30851 2500 GW Den Haag
Tel. 070 335 35 35 Fax 070 335 35 31 E-mail info@advocatenorde.nl www.advocatenorde.nl www.balienet.nl
VOORWOORD
Zoals de afgelopen jaren te doen gebruikelijk, legt de Algemene Raad in dit jaarverslag verantwoording af per portefeuille: Algemene Zaken, Opleiding, Rechtspraktijk en Communicatie, Beroeps- en Gedragsregels, Gefinancierde Rechtshulp, Wetgevingsadvisering en Financiën en Organisatie. Volgend jaar zal dat anders zijn. De werkwijze van de Algemene Raad en het Bureau van de Orde wordt op dit moment opnieuw ingericht. De portefeuilles worden opgeheven. In plaats daarvan zullen de leden van de Algemene Raad gaan werken als algemeen bestuurders, die op projectmatige basis beleidsonderwerpen onder hun hoede nemen. Wat eveneens verandert: nieuwe leden van de Algemene Raad worden in de toekomst niet meer aangezocht door een vorm van coöptatie, maar worden aan het College van Afgevaardigden voorgedragen voor benoeming na een open sollicitatieprocedure op basis van een vastgesteld profiel. Ook de afdelingen op het Bureau van de Orde (Algemene Zaken, Juridische Zaken. Opleiding, Rechtspraktijk/ Communicatie en Financiën/Organisatie) worden vanaf de zomer van dit jaar opgeheven. In plaats daarvan komt er een (werk)eenheid Beleid en een (werk)eenheid Diensten. Eerstgenoemde eenheid zal de Algemene Raad ondersteunen bij het vormen en evalueren van beleid. De eenheid Diensten zal zich richten op het uitvoeren van het beleid en op het geven van informatie en service aan advocaten en anderen. De Algemene Raad denkt met deze nieuwe inrichting beter tegemoet te kunnen komen aan de uitdagingen van de komende jaren. Om er een paar te noemen: de parlementaire behandeling van het rapport van de Commissie Advocatuur, de mogelijke invoering van een rechtsgebiedenregister, de verdere inrichting en vernieuwing van het kwaliteitsbeleid en de mededingingsproblematiek. Tot zover deze vooruitblik. Terug naar de terugblik, die een jaarverslag immers is.
Els Unger
Ik wil een poging wagen om de basishouding van de Algemene Raad in het verslagjaar toe te lichten. Daarvoor volstaat eigenlijk één woord: anticiperen. De Algemene Raad wil niet wachten tot de balie zaken van buitenaf krijgt opgedrongen, maar zelf het heft in handen houden. Wij zijn dat verplicht aan ons privilege van zelfregulering. Om die reden zijn we in het verslagjaar grondig gaan nadenken over de instelling van een externe Raad van Advies, in meerderheid bestaand uit nietadvocaten. De adviezen van dit orgaan zullen openbaar zijn, zodat de ‘buitenwacht’ bij de beleidsvorming en de besluitvorming daarover kan meekijken. Om dezelfde reden hebben we in het verslagjaar de contouren van een nieuw kwaliteitsbeleid in de steigers gezet. Dat beleid omvat opleiding, kwaliteit en integriteit. U zult daar binnenkort meer over horen. De Orde bestaat dit jaar 55 jaar. Voor ons een reden om u, verspreid door dit jaarverslag, mee te nemen naar jaarverslagen uit het verleden. Vroeger bracht de deken tijdens de jaarvergadering mondeling verslag uit van de activiteiten die de Orde in het afgelopen jaar had ondernomen. In 1971 besloot de Algemene Raad om een schriftelijk verslag uit te brengen, gelet op het ‘streven om binnen het kader van public-relations-behartiging zowel de interne als de externe informatie beter tot zijn recht te laten komen’. Zoals u kunt zien aan het opgenomen exemplaar uit 1977, waren de eerste jaarverslagen nog zeer sober. Gaandeweg werden de jaarverslagen meer opgetuigd, tot en met het in lood gezette exemplaar van 2001. Die speciale editie stond vooral in het teken van het vorige jubileumjaar, 2002. Nu dus de eerbiedwaardige leeftijd van 55. Tijdens het jaarcongres in september zullen we daar bij stilstaan. Voor de advocaten onder u: vrijdag 28 september is het zover!
2
INHOUD
Algemene Zaken
JAARVERSLAG 1977
4
10
Opleiding
JAARVERSLAG 1989
12
16
Rechtspraktijk en Communicatie
JAARVERSLAG 1995
18
24
3
Nederlandse Orde van Advocaten
Beroeps- en Gedragsregels
JAARVERSLAG 1996
26
34
Gefinancierde Rechtshulp
JAARVERSLAG 2002
36
42
Wetgevingsadvisering Financiën en Beheer
JAARVERSLAG 2003
44 51
54
Jaarverslag 2006
De Balie in cijfers Samenstelling van het Bureau Samenstelling Algemene Raad en Portefeuilleverdeling Specialisatieverenigingen
56 58 59 59
ALGEMENE ZAKEN
Op 24 april 2006 verscheen het rapport ‘Een maatschappelijke Orde’ van de Commissie Advocatuur. Het wachten is, na de publicatie van het kabinetsstand-
4
punt op 13 oktober, op de parlementaire behandeling van het rapport. Ander belangrijk nieuwsfeit uit het verslagjaar: na tientallen jaren van discussie komt er eindelijk een experiment met de aanwezigheid van de advocaat bij het politieverhoor. Een doorbraak.
E E N M A AT S C H A P P E L I J K E O R D E
Ook met de overige voorstellen in de kabinetsreactie kan de Algemene Raad zich doorgaans verenigen. Dit geldt zeker voor de versterking van de inspanningen gericht op de verdere verhoging van kwaliteit en integriteit van de balie. Wel blijft de Algemene Raad het betreuren dat het kabinet categorisch nee blijft zeggen tegen een experiment met no cure no pay in de letselschadepraktijk. Vooruitlopend op de parlementaire discussie van kabinetsstandpunt en rapport heeft de Algemene Raad zich al in het verslagjaar beraden over de vraag of bepaalde voorstellen uit de kabinetsreactie niet al in voorlopige vorm kunnen worden uitgevoerd. Besloten is een werkgroep in te stellen die zich zal buigen
Het rapport ‘Een maatschappelijke Orde’ van de Commissie Advocatuur (naar haar voorzitter ook: Commissie Van Wijmen) verscheen 24 april 2006. De Algemene Raad heeft op 27 juni 2006, na de hele balie in landelijke bijeenkomsten de gelegenheid te hebben geboden zich over het rapport uit te laten en na bespreking ervan met het College van Afgevaardigden, zijn uitgebreide reactie aan de minister van Justitie gezonden. Op 13 oktober 2006 publiceerde het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer zijn standpunt over het rapport. Behandeling van de kabinetsreactie en het rapport in de Justitiecommissie van de Tweede Kamer kon als gevolg van de verkiezingen in november niet meer in 2006 plaats vinden. Tot zover de blote feiten in het verslagjaar. Hoe de uitkomst tot op heden te beoordelen? De Algemene Raad meent: positief. Het kabinet spreekt onomwonden vertrouwen uit in de Orde als publiekrechtelijke beroepsorganisatie. Het voorstel van de Commissie Advocatuur om met het oog op een betere externe legitimering van de regelgeving een aparte Regelgevende Raad – los van de Orde – in het leven te roepen, wordt door het kabinet van de hand gewezen. De Algemene Raad had daarop al aangedrongen. Deze Regelgevende Raad zou een ondermijning van de positie van de Orde betekenen, die haar in feite overbodig zou maken. Het kabinet stelt wel voor de legitimering van de Orde te vergroten door het instellen van een adviesraad, in meerderheid bestaande uit niet-advocaten. Deze raad zou over conceptverordeningen moeten adviseren. De Algemene Raad had instelling van een dergelijk adviescollege ook zelf bepleit. De Algemene Raad onderschrijft het voorstel de kernwaarden van de advocaat – onafhankelijkheid, integriteit, partijdigheid, vertrouwelijkheid, deskundigheid en de verantwoordelijkheid zich deel te voelen van de totale rechtsbedeling in ons land – in de Advocatenwet te verankeren.
Het kabinet spreekt onomwonden vertrouwen uit in de Orde als
5
Nederlandse Orde van Advocaten
publiekrechtelijke
beroepsorganisatie
over mogelijke en wenselijke verbeteringen in het klacht- en tuchtrecht. Verder wordt op het terrein van de kwaliteitszorg aan concrete voorstellen gewerkt die op voldoende draagvlak in de balie kunnen rekenen. De Algemene Raad is tevens voornemens in 2007 een raad van advies in te stellen als een klankbord voor de Algemene Raad. De raad denkt bij de leden aan een zevental alom gerespecteerde mensen die op verschillend gebied hun sporen in de samenleving hebben verdiend. Voorts bereidt hij een discussie met het College voor over de vraag of de bijna 55 jaar oude organisatie van de Orde niet aan modernisering toe is. Deze discussie, ook wel ‘besteldiscussie’ genoemd, is in het rapport
Jaarverslag 2006
van de Commissie overgelaten aan de Orde zelf. Het jaar 2007 wordt dus net als 2006 voor de Orde een cruciaal jaar. De Tweede Kamer zal zich moeten uitspreken. Naar verwachting zal dit in de eerste helft van 2007 gebeuren. Vervolgens zal op de grondslag van de uitkomsten van het parlementaire debat de Advocatenwet in de steigers gaan. De Algemene Raad ziet deze toekomst met vertrouwen tegemoet. Een deskundige en integere
maken. Dit is niet eenvoudig bij een groter wordende beroepsgroep met een toenemende diversiteit in praktijkvoering, maar het is wel de ratio achter de structuur van de publiekrechtelijke beroepsorganisatie die de Advocatenwet de Orde heeft toegekend. Deze structuur heeft, alles bijeen genomen, niet onbevredigend gewerkt, maar behoeft na meer dan vijftig jaar wel een nadere aanscherping in het licht van de eisen van de komende tijd.’ Het is de maatschappelijke opdracht van de Orde in de komende jaren een agenda uit te voeren van modernisering en verbetering van
6
Vervolgens zal op de grondslag van de uitkomsten van het parlementaire debat de Advocatenwet in de steigers gaan. De Algemene Raad ziet deze toekomst met vertrouwen tegemoet
advocatuur onder goed toezicht van een zich duidelijk als publiekrechtelijk bestuurder onderscheidende en vooruitstrevende Orde, heeft niets te vrezen. Deze vooruitstrevendheid moet blijken uit het handelen en optreden van de Orde in het licht van wat in de slotparagraaf van de kabinetsreactie terecht wordt opgemerkt: ‘Het kabinet is van mening dat de voorstellen van de Commissie een belangrijke leidraad zijn om de bijzondere positie van de advocatuur duidelijker dan nu het geval is, in te vullen. Het kabinet ziet daarbij een grote rol voor de Orde weggelegd. De Orde moet haar verantwoordelijkheid ten aanzien van een goede beroepsuitoefening meer dan voorheen waar
door de Commissie gesignaleerde tekortkomingen.
A D V O C A AT B I J H E T POLITIEVERHOOR
Afgelopen jaar is eindelijk een doorbraak bereikt in de al tientallen jaren lopende discussie over de aanwezigheid van de raadsman bij het politieverhoor. De Algemene Raad heeft de nasleep van de Schiedammer parkmoordzaak aangegrepen om dit onderwerp opnieuw en met klem op de politieke agenda te plaatsen en te houden. De minister van Justitie is na herhaalde moties van de Tweede Kamer akkoord gegaan met een experiment. De minister wilde de moties eerst niet uitvoeren, omdat de (auditieve) registratie van verhoren – meer dan de aanwezigheid van een advocaat – een objectieve controle van de verhoren mogelijk zou maken. Bovendien vreesde hij dat de advocatuur onvoldoende capaciteit heeft voor deze vervroegde rechtsbijstand, en dat bij de opsporing langere doorlooptijden zouden ontstaan. De Kamer nam hier geen genoegen mee en verzocht de regering opnieuw om over te gaan tot invoering van een tijdelijk systeem. Ditmaal was de minister bereid tot een experiment, uit te voeren in twee grote arrondissementen. Een werkgroep van het ministerie van Justitie, de advocatuur, openbaar ministerie, politie, raden voor rechtsbijstand en de rechtspraak zal het experiment in de eerste
helft van 2007 voorbereiden. In protocollen zullen ieders rol en de overige randvoorwaarden worden vastgelegd. De Algemene Raad zal zich ervoor inspannen dat de raadsman zijn taak bij de verhoren op een zinvolle en werkbare wijze kan uitvoeren.
V E R H O U D I N G A D V O C AT U U R E N O M
met een onderzoek naar de rol en de positie van de Nederlandse advocatuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoek wordt uitgevoerd door dr. J.P. Meihuizen van het NIOD. Aanleiding voor dit onderzoekt vormde een Duitse tentoonstelling over de lotgevallen van Joodse juristen. De Orde heeft naar aanleiding hiervan een werkgroep geformeerd die onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheden van een grootschalig historisch-wetenschappelijk onderzoek. Dit heeft geresulteerd in een onderzoeksvoorstel waarmee het College van Afgevaardigden heeft ingestemd. Het onderzoek richt zich op de gehele praktijk van de in de oorlog werkzame advocaten. Belangrijke onderzoeksvragen zijn: Hoe was de dagelijkse praktijk van de Nederlandse advocatuur tijdens de Duitse bezetting? Wat zijn de lotgevallen van de Joodse advocaten?
In november hield de Algemene Raad samen met het College van procureurs-generaal een besloten conferentie over de verhoudingen tussen de leden van het openbaar ministerie en advocaten, getiteld ‘Polarisatie anno 2006’. Uit een eerdere bijeenkomst was gebleken dat de onderlinge communicatie en het wederzijdse begrip voor elkaars rol en taakuitoefening verbetering behoeft. De middag was bedoeld om het gesprek hierover op gang te brengen. Aanwezig waren hoofd- en recherche-officieren, hoofd-AG’s, dekens, portefeuillehouders strafrecht van de Raden van Toezicht en strafrechtadvocaten. Er werd gediscussieerd over twee thema’s: verbeteren van het onderlinge begrip en informatie-uitwisseling over OM’ers en advocaten die hun boekje te buiten (lijken te) gaan. Bij de afsluiting gaf het College aan het wenselijk te vinden dat alle raio’s stage lopen in de advocatuur, ook zij-instromers, zodat ze de dilemma’s van raadslieden van dichtbij leren kennen. De deken beklemtoonde het belang dat OM en advocatuur in de omgang met media terughoudender worden. De Algemene Raad en het College hebben hoofdofficieren en dekens in de arrondissementen gevraagd om hun onderlinge contacten warm te houden, en waar nodig uit te breiden. Verder zullen zij komend jaar nagaan op welke wijze concrete problemen tussen OM en advocatuur kunnen worden verzacht of opgelost. Nadere discussie en initiatieven blijven nodig.
O N D E R Z O E K N A A R D E A D V O C AT U U R IN DE TWEEDE WERELDOORLOG
7
Nederlandse Orde van Advocaten
De deken beklemtoonde het belang dat OM en advocatuur in de omgang met media terughoudender worden
Welke advocaten waren betrokken bij de arisering van Joodse personen en bedrijven? Hoe gingen advocaten om met ethische kwesties? Met deze en vele andere vragen hoopt de Orde het gat in de geschiedschrijving over de advocatuur te kunnen dichten. Naar verwachting wordt het onderzoek eind 2009 voltooid.
INTERVENTIES
Jaarverslag 2006
De Algemene Raad intervenieert met enige regelmaat bij overheden van landen waar de mensenrechten worden geschonden, in het bijzonder wanneer de vrije en onafhankelijke beroepsuitoefening van advocaten in de ver-
Per 1 juni 2006 is het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) gestart
drukking komt als gevolg van preventief of repressief optreden van de overheid. De Orde heeft (beperkte) financiële middelen ter beschikking gesteld aan Advocaten zonder Grenzen voor een fact finding-missie naar de Filippijnen. De situatie voor advocaten in de Filippijnen is alarmerend. Advocaten worden op grote schaal bedreigd, geïntimideerd of in koelen bloede vermoord. Van 16 tot 20 juni hebben acht advocaten, rechters en juristen, onder wie een vertegenwoordiger van Advocaten zonder Grenzen en de International Association of Democratic Lawyers, gesprekken gevoerd met advocaten, rechters, nabestaanden van slachtoffers, de Filippijnse Orde en andere advocaten- en mensenrechtenorganisaties. Ook hebben zij hun zorgen kenbaar
gemaakt aan de Filippijnse autoriteiten in gesprekken met onder meer vertegenwoordigers van het leger, de politie, het ministerie van Justitie en het Supreme Court. De positie van advocaten in China wordt eveneens nauwlettend in de gaten gehouden. Bij de toewijzing van de Olympische Spelen van 2008 hebben de Chinese autoriteiten beloofd de mensenrechtensituatie in China te verbeteren. Chinese advocaten worden echter nog steeds bedreigd bij de uitoefening van hun werk. Amnesty International voert in de aanloop van de Olympische Spelen campagne voor de mensenrechten in China. Er wordt speciaal aandacht besteed aan de bescherming van advocaten en andere mensenrechtenactivisten. Waar het advocaten betreft zal de Orde de campagne ondersteunen. De Orde intervenieerde verder bij de autoritei-
8
Diversiteit is in 2006
speerpunt geworden in het beleid van de Algemene Raad
ten in Zimbabwe en Brazilië, waar advocaten met de dood werden bedreigd.
DIVERSITEIT
Diversiteit is in 2006 speerpunt geworden in het beleid van de Algemene Raad. Bij diversiteit gaat het om het creëren van carrièremogelijkheden binnen de advocatuur voor vrouwen, maar ook om aandacht voor etniciteit,
DIVERSITEIT OP DE GROTE KANTOREN 100 90 Percentage 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2001 2002 2003 2004 2005 Jaartal
% vrouwelijke medewerkers advocatenkantoor % doorstroom vrouwen van medewerker naar SM/SP % doorstroom vrouwen naar partner
DIVERSITEIT BIJ DE ORGANEN VAN DE ORDE 100 90 80 70 60 50 40 30 Percentage 20 10 0 2000 Jaartal 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 % vrouwen in het CvA % vrouwen in de AR % vrouwen bij de RvT % vrouwen bij het HvD % vrouwen bij de RvD
seksuele geaardheid, religie, nationaliteit en handicap. Er zijn diverse initiatieven ontplooid om het beleid vorm te geven. Er is onderzoek gedaan naar de positie van vrouwen op de kantoren. Het aandeel vrouwen in de balie is een kleine 40%. Het aantal vrouwelijke compagnons is slechts 15%. Er is dus sprake van een stagnerende doorstroom. Ook de instroom van allochtonen in de balie is onderzocht. Circa 1,5% van alle advocaten in Nederland is niet-westers allochtoon, en circa 3,5% is westers allochtoon. Naar het oordeel van de Algemene Raad is er een demografische noodzaak om diversiteitsbeleid te ontwikkelen, vooral ook met het oog op de instroom van allochtonen in de balie. De instroom bij rechtenfaculteiten zal immers pluriformer worden. Het aandeel allochtonen onder afgestudeerde juristen zal groeien. De allochtone student zal het gevoel moeten krijgen dat hij of zij in de balie welkom is. Onder hen is talent aanwezig dat de balie nodig heeft. Er is een Commissie Diversiteit ingesteld die zich ook de komende jaren zal inspannen om de balie te overtuigen van het belang om diversiteitsbeleid te voeren. Om diversiteit gedragen te krijgen is een cultuuromslag in de kan-
toren nodig. De Algemene Raad is begonnen met de grote kantoren. Daar is het aandeel van vrouwen in de maatschap nog kleiner (12%) dan het landelijk gemiddelde van 15%. Tijdens een overleg met de grote kantoren hebben dertien daarvan een diversiteitsverklaring ondertekend. Daarmee zeggen zij toe diversiteit binnen hun kantoor te zullen bevorderen. Zij hebben verklaard dat diversiteit van groot belang is voor het succes van advocatenkantoren en de advocatuur als geheel. In 2007 zal de Commissie zich mede richten op bevordering van diversiteitsbeleid op middelgrote kantoren. In samenwerking met OSR juridische opleidingen is in het verslagjaar verder een diversiteitsprijs uitgereikt. Een jury, bestaande uit de advocaten Marian Kennedy en Frederieke Leeflang, en voormalig deken, thans advocaatgeneraal Toon Huydecoper heeft Rotterdamse echtscheidingsadvocate Loes Gijbels verkozen tot de meest aansprekende vrouwelijke advocaat. Zij nam de ‘Sonja Boekman prijs’ in ontvangst tijdens het jaarcongres van de Orde in Haarlem.
9
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
1977
10
OPLEIDING
Voor de portefeuille Opleiding stond het jaar in het teken van de verdere uitwerking van het gewijzigde curriculum van de Beroepsopleiding (BO) per voorjaar
12
2007. Daarnaast zijn in het kader van de Voortgezette Stagiaire Opleiding (VSO) en Permanente Opleiding (PO) de eerste ervaringen opgedaan met nieuw geïntroduceerde kwaliteitsinstrumenten. Er was in het verslagjaar ook een jubileum te vieren: de Verordening PO bestond tien jaar.
10 JAAR PERMANENTE OPLEIDING
artikel 8 lid 3 van de Advocatenwet) – gemotiveerd zal moeten worden aangevraagd bij de Algemene Raad. Het gemotiveerde verzoek komt in de plaats van de vanzelfsprekende mogelijkheid die er voorheen was. Het gaat hier om een hardheidsclausule voor bijzondere gevallen. Een andere wijziging betreft het gewijzigde curriculum. Het accent in het onderwijs komt te liggen op de vaardigheden. Voorts wordt het programma uitgebreid met een extra onderdeel gedragsrecht. In overleg met de verschillende werkgroepen en docenten is afgelopen jaar hard gewerkt aan de aanpassing van het cursusprogramma, cursus- en werkboeken en docentenhandleidingen. Voor de kennisvak-
Vanwege dit tienjarige jubileum werd op 8 juni 2006 een opleidingsdag gehouden. Naast de docenten van de cursusonderdelen van de Beroepsopleiding (in 2006: circa 650 docenten) waren voor het eerst de contactpersonen van alle door de Orde erkende opleidingsinstellingen (in 2006 circa 280) uitgenodigd. Ook de overige relaties, zoals decanen van universiteiten en HRM-ers van advocatenkantoren, waren geïnviteerd. Vanuit de invalshoeken kennis, (beroeps)vaardigheden en attitude werd de opleiding van advocaten door een drietal inleiders belicht. De dag werd afgesloten met een forumdiscussie, waarbij ondermeer de instroom en werving van stagiaires, in house opleidingen (waarover hieronder meer), begeleiding van stagiaires en opleiding van patroons en work-life balance de revue passeerden.
BEROEPSOPLEIDING
Nieuw is het afsluitende
In 2005 werd de besluitvorming over de wijziging van het programma van de Beroepsopleiding afgerond, evenals de aanpassing van de relevante regelgeving zoals de Stageverordening 2005. De nieuwe opzet dient om de kwaliteit van de Beroepsopleiding verder te verhogen en om goede aansluiting bij de academische curricula enerzijds en de beroepspraktijk anderzijds te waarborgen. Een belangrijke wijziging ziet op het examenbeleid. Zo zullen de examens strikter worden nagekeken. Daarnaast zal het per voorjaar 2007 slechts mogelijk zijn maximaal drie keer een toets per vak te doen. Dit betekent dat er per vak één reguliere toets en daaropvolgend maximaal twee herkansingen mogelijk zijn. Bovendien zullen de eerste twee toetsen direct aansluitend op het onderwijs plaatshebben. Daarnaast is artikel 14 lid 4 Stageverordening 2005 aangepast in die zin dat de mogelijkheid van het doen van toetsen tijdens schrapping (de zogenoemde ‘terme de grâce’) – na het voorwaardelijk ingeschreven staan van een periode van drie jaar (overeenkomstig
individuele adviesgesprek tussen de trainers
en stagiaire na afloop van het vaardigheidsonderdeel
ken zijn voor elk vak eindtermen opgesteld die bepalend zijn voor de normering van het examen. Ook zijn voor het nieuwe onderdeel Basiscommunicatie en de overige Praktijkleeronderdelen in het programma en leerdoel een vertaalslag gemaakt naar het reeds ontwikkelde Competentieprofiel Advocatuur. Nieuw is het afsluitende individuele adviesgesprek tussen de trainers en stagiaire na afloop van het vaardigheidsonderdeel. In dit gesprek ontvangt de stagiaire feedback op zijn/haar waarneembaar gedrag en krijgt de stagiaire advies met betrekking tot de keuze van vervolgopleiding(en) voor de verdere ontwikkeling naar vakbekwaamheid gedurende de stageperiode. Afgelopen jaar is met succes een aantal pilots gehouden met de nieuwe
13
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
cursusonderdelen en het afsluitende adviesgesprek. Tot slot is dit jaar in opdracht van de portefeuille Opleiding vervolgonderzoek gedaan naar de kwaliteit van de stage in de praktijk. Doel van het onderzoek was een uitgewerkt beeld te krijgen van de stagebegeleiding in de praktijk. Er lijkt geen sprake van een acute situatie: patroons en stagiaires vinden een professionele opleidings- en begeleidingsstructuur tijdens de stage zeer noodzakelijk en beiden
nuttig klankbord voor de nadere uitwerking en implementatie van het gewijzigde curriculum.
IN HOUSE BEROEPSOPLEIDING
Er is een ontwikkeling op gang gekomen waarbij grote kantoren in toenemende mate hun stagiaires in eigen huis opleiden. Allerlei varianten van dergelijke opleidingen zijn ontwikkeld of worden nog ontwikkeld. Sommige van die opleidingen incorporeren delen van de Beroepsopleiding, andere bouwen daarop voort. De belangrijkste reden voor deze ontwikkelingen lijkt niet te zijn ontevredenheid met het door de Orde gebodene in de Beroepsopleiding, maar eerder de positionering van kantoren op de arbeidsmarkt. Uit onderzoek blijkt dat afgestudeerden van universiteiten zich in belangrijke mate laten leiden door opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden die potentiële werkgevers voor hen in petto hebben. In toenemende mate lijken ook advocatenkantoren zich bewust te worden van die veranderde arbeidsmarktdynamiek. Daar waar vooral consultancy en accountancy ondernemingen al jarenlang de eigen opleiding- en ontwikkelingsmogelijkheden in de strijd gooien – the war for talent –, lijken advocatenkantoren pas de laatste tijd dergelijke middelen in te zetten. De in gang gezette ontwikkelingen dwingen
14
Er is een ontwikkeling op gang gekomen waarbij grote kantoren in toenemende mate hun stagiaires in eigen huis opleiden. Allerlei varianten van dergelijke opleidingen zijn ontwikkeld of worden nog ontwikkeld
vinden dat daar wel het een en ander te verbeteren valt. Het onderzoek kan een uitstekende basis bieden voor nader te ontwikkelen stagebeleid, gericht op het verder professionaliseren van de opleidings- en begeleidingstructuur binnen de verschillende advocatenkantoren.
de Orde opnieuw te kijken naar de toekomst van de Beroepsopleiding. De Algemene Raad dient zich af te vragen of dergelijke ontwikkelingen nopen tot bijstelling van het beleid (inclusief wet- en regelgeving) met betrekking tot de Beroepsopleiding.
V O O R T G E Z E T T E S TA G I A I R E
Ook in 2006 was wederom een belangrijke rol weggelegd voor de Examencommissie en het Curatorium. Naast de inrichting en organisatie van de examens respectievelijk het toezicht houden op de opleiding en het examen, fungeerden beide organen als waardevol en
OPLEIDING EN PERMANENTE OPLEIDING
In 2006 zijn de eerste ervaringen opgedaan met het in 2005 nader vormgegeven kwaliteitsbeleid ten aanzien van opleidingsinstellingen. De aangescherpte erkenningscriteria
hebben in de eerste plaats geleid tot een meer weloverwogen besluitvorming en selectie van nieuwe aanvragen van opleidingsinstellingen. Daarnaast kan de naleving van de regelgeving voor al erkende instellingen adequater worden gecontroleerd. Het aantal meldingen op het Meldpunt VSO/ PO op de website van de Orde is teleurstellend. Ondanks herhaalde publicatie over de invoering ervan vormt dit meldpunt kennelijk niet het medium voor advocaten om hun beoordelingen (positief/negatief) over gevolgde cursussen en instellingen aan de Orde te melden. De resultaten van de eerste audits VSO/PO zijn echter bemoedigend. De audit VSO/PO betreft een periodieke controle op de kwaliteit van het cursusaanbod, de cursusorganisatie, de cursusadministratie en de tevredenheid van de cursisten. De audits worden uigevoerd door het externe bureau Cedeo. Doel van de audit is de kwaliteit van het cursusaanbod en de instellingen te waarborgen en zonnodig te verbeteren, en daarnaast om het kaf van het koren te kunnen scheiden. De meeste instellingen die in 2006 een audit hebben ondergaan, voldoen aan de regelgeving. De klanttevredenheid van de advocatuur over de onderzochte cursussen is positief te noemen. Tot slot kan worden gemeld dat in de laatste twee maanden van 2006 in opdracht van de portefeuille Opleiding onderzoeksbureau EIM een enquête VSO/PO heeft uitgevoerd onder een groot aantal advocaten, om het cursusaanbod na tien jaar PO zo optimaal mogelijk te kunnen afstemmen op de praktijk, en om een helder beeld te krijgen van de inhoud en kwaliteit van het cursusaanbod. Tot op heden wordt het beeld van de kwaliteit van de VSO/ PO voornamelijk bepaald op basis van nietsystematisch verkregen informatie. Hierdoor dreigt het gevaar van een eenzijdig en onvolledig beeld van de VSO/PO. De respons was goed. De resultaten worden in de loop van 2007 verwacht.
ED VAN LIERE
portefeuillehouder Opleiding
Stelling: ‘In house-opleidingen van grote kantoren en opleidingen van andere aanbieders zoals de Universiteit Utrecht vormen een bedreiging voor de Beroepsopleiding’
‘Oneens. Ze vormen geen bedreiging, maar dit soort initiatieven houdt de Orde alert. Dit voorjaar ging de vernieuwde Beroepsopleiding (BO) van start. We verbeterden het curriculum, de examinering is verscherpt en de regelgeving werd aangepast. De resultaten zullen een kwaliteitsimpuls opleveren voor de balie als geheel. Wij bieden daarnaast ruimte voor In house-opleidingen on top of de BO of desgewenst naast de BO. In het ene geval zal een kantoor specifieke behoefte hebben aan verdieping van bepaalde vaardigheden, zoals de beheersing van legal English. In het andere geval zal aanvullende proceservaring dienen te worden opgedaan. De BO kan immers niet meer dan een algemene brede basis aanbieden. Learning on the job blijft een belangrijke leidraad voor de weg naar vakbekwaamheid. Ongetwijfeld zal het aanbieden van eigen opleidingen ook zijn vruchten afwerpen ten behoeve van werving en selectie. Als Orde treden we niet in de individuele recruitment-mogelijkheden van kantoren. Maar we hechten er wel aan dat de balie kan blijven concureren met andere dienstverleners die in dezelfde vijver van talent vissen. Zo bieden grote accountantskantoren en banken ook eigen opleidingstrajecten aan. De Utrechtse Academie voor de Advocatuur is complementair. Via vrijstellingen voor onderwijs in de BO ontstaat bij dit alles marktwerking. Onze resititutieregeling is erop aangepast. Het enige wat we aan ons houden is het introductieblok, een deel van het algemene vaardigheidsonderwijs en de examinering. Daarmee komen we enerzijds tegemoet aan de zogeheten cohesiegedachte, en anderzijds is er de kwaliteitswaarborg dat we als publiekrechtelijke beroepsorganisatie zelf bepalen op welke hoogte we de hoepel houden wanneer de stagiaire van de voorwaardelijke naar de onvoorwaardelijke inschrijving op het tableau moet springen.’
15
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
Ed van Liere (47 jaar) studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij is advocaat te Rotterdam sinds 1986. Thans is hij partner bij Simmons&Simmons, gespecialiseerd in contentious regulatory. Van Liere is lid van de Algemene Raad sinds 2003, als portefeuillehouder Opleiding. Voorheen was hij secretaris van de Adviescommissie Strafrecht en lid van de Examencommissie.
1989
16
RECHTSPRAKTIJK EN C O M M U N I C AT I E
Vanaf januari 2007 worden de audits bij advocaten-
18
kantoren die actief zijn in de gefinancierde rechtsbijstand afgenomen volgens de Kwaliteitsstandaard 2007. Intervisie en cliënttevredenheidsonderzoek zijn de nieuwe elementen. Verder werd in het verslagjaar uitgebreid gediscussieerd over de eventuele invoering van een vrijwillig rechtsgebiedenregister. Dit register moet het zoeken naar een advocaat eenvoudiger maken.
K W A L I T E I T S S TA N D A A R D
RECHTSGEBIEDENREGISTER
In juni stelde het College van Afgevaardigden de nieuwe kwaliteitsstandaard op de kantoororganisatie 2007 vast. Deze standaard zal vanaf januari 2007 drie jaren dienen als document voor de audits van de kantoren actief in de gefinancierde rechtsbijstand. Nieuw in deze standaard is het onderwerp intervisie en de verplichting voor de kantoren om cliënttevredenheidsonderzoeken te hebben uitgevoerd. Ook is aandacht besteed aan de beveiliging van kantoornetwerken in verband met vertrouwelijkheid.
In 2006 is de Algemene Raad begonnen met het ontwikkelen van een register waarin advocaten zich vrijwillig kunnen laten registreren met de rechtsgebieden waarop zij werkzaam zijn. Doel van dit register is de particuliere rechtzoekende handvatten te geven bij de zoektocht naar een advocaat. Het register beoogt een duidelijk overzicht te geven van advocaten werkzaam op bepaalde rechtsgebieden. Aan de registratie zijn kwaliteitseisen gekoppeld, zodat de rechtzoekende ook daadwerkelijk kan uitgaan van een bepaalde kwaliteit
A A N TA L A D V O C AT E N PER KANTOOR 1 2 tot 5 6 tot 20 21 tot 60 61 of meer TOTAAL
GEAUDIT 838 947 352 39 8 2.184
IN % 54 90 83 68 40 71
NIET GEAUDIT 709 101 71 18 12 910
IN % 46 10 17 32 60 29
T O TA A L 1.546 1.048 423 57 20 3.094
19
Nederlandse Orde van Advocaten
VERDELING WEL/GEEN AUDIT NAAR KANTOORGROOTTE 100 90 80 70 % niet geaudit 60 50 40 30 Percentage 20 10 0 1 2 tot 5 6 tot 20 21 tot 60 61 of meer totaal % geaudit
Jaarverslag 2006
Grootte van het advocatenkantoor
van de advocaat. Het register is in het verslagjaar op 29 juni en 7 december besproken met het College van Afgevaardigden. De meningen in het College van Afgevaardigden zijn verdeeld. In de eerste helft van 2007 organiseert de Algemene Raad ledenraadplegingen om het beoogde ‘register rechtsgebiedenregistratie’ te bespreken.
wijs te attenderen op het advocatenvak verscheen in een nieuwe uitgave. De krant richt zich naast scholieren nu ook op studenten. De Orde was aanwezig op verschillende beurzen, decanendag en de open dag van de rechtbank. Zie verder ook onder ‘Onderzoek imago advocatuur’.
LEDENMONITOR
SKIR
De Algemene Raad voerde een ledenmonitor en een telefonische bereikbaarheidsonderzoek uit om de tevredenheid van de dienstverlening van het bureau van de Orde te meten. Uit de monitor bleek dat de dienstverlening van het bureau op onderdelen wel te verbeteren valt. De telefonische bereikbaarheid scoorde gemiddeld, en is daarmee ook een verbeterpunt voor 2007.
O N D E R Z O E K I M A G O A D V O C AT U U R
De Orde heeft de activiteiten van het Skir overgenomen. Belangrijke onderdelen van die activiteiten zijn het introduceren van intervisie in de advocatuur, het ondersteunen van de kantoren bij het uitvoeren van cliënttevredenheidsonderzoeken en het voorbereiden van de audit. De Orde heeft daarvoor twee elektronische producten van het Skir overgenomen en om niet ter beschikking gesteld aan de advocatuur. Het Skir is thans in liquidatie. De Orde rekent kwaliteitszorg op de kantoren tot haar kerntaken, waardoor de overgang van de Skiractiviteiten naar de Orde een logische stap is.
AFSCHAFFEN PROCUREUR
20
De Orde liet in het verslagjaar door Blauw Research een onderzoek onder duizend Nederlanders uitvoeren naar het imago van de advocaat. Een aantal uitkomsten van het imagoonderzoek sprong in het oog: • advocaten worden duur gevonden; • de scores op waarden die passen bij de advocatuur, zijn niet ongunstig voor de beroepsgroep. Deskundigheid, professionaliteit, doelgerichtheid en doortastendheid worden vaak door de respondenten genoemd. Begrippen als ‘eerlijk’ en ‘betrouwbaarheid’ scoren echter veel lager; • Mensen die een advocaat in de arm hebben genomen oordelen over het algemeen iets gunstiger over advocaten vergeleken met diegenen die geen advocaat hebben meegemaakt. Het College van Afgevaardigden heeft naar aanleiding van het onderzoek beraadslaagd en concludeerde dat de inspanningen op het gebied van public relations en free publicity moeten worden geïntensiveerd. Vooral op het laatste terrein is inmiddels voortgang te bespeuren, gelet op het groeiende aantal perspublicaties van en over de balie en de Orde.
De Orde participeerde in de werkgroep en stuurgroep afschaffing procuraat. Alle gerechten gingen over op een schriftelijke rol. In Haarlem startte een pilot elektronisch rolverkeer. Het wetgevingstraject bereikte de Tweede Kamer. De streefdatum van de afschaffing van het procuraat is 1 maart 2008.
C I V I E L E C A S S AT I E B A L I E
De Hoge Raad en de Orde stelden een commissie Civiele Cassatiebalie in die een voorstel zal voorbereiden voor een lichte regeling op grond waarvan advocaten na het afschaffen van de huidige territoriaal bepaalde (Haagse) toelating kunnen optreden als advocaat bij de Hoge Raad. De commissie zal in het voorjaar van 2007 rapporteren aan de Orde en de Hoge Raad
C O M M U N I C AT I E
De Scholierenkrant, bedoeld om scholieren in de laatste fase van het middelbaar onder-
JAARCONGRES
voorlichting onder de aandacht van de advocaten te brengen. Ten behoeve van implementatie van de regeling op de kantoren is informatiemateriaal ontwikkeld dat kosteloos ter beschikking is gesteld. Justitiabelen kunnen op de publiekssite van de Nederlandse en de plaatselijke Ordes over de regeling informatie verkrijgen. De publieksbrochure over de Geschillencommissie Advocatuur is gratis verkrijgbaar.
G R O E I A A N TA L D E E L N E M E R S
De Jaarvergadering werd omgedoopt in Jaarcongres. In de voorbereidende fase stelde de Algemene Raad een klankbordgroep van advocaten samen om het programma inhoud te geven. Dat resulteerde in een zeer gevarieerd middagprogramma. Nadrukkelijk bleek weer dat plaats en programma de belangrijkste drijfveren zijn voor advocaten om het congres te bezoeken. Verwelkomde de Orde het jaar daarvoor in Leeuwarden 400 gasten, voor Haarlem schreven zich meer dan 800 advocaten en relaties van de Orde in. De evaluatie van de dag was positief. Hoogtepunt was het optreden van het eerste advocatensymfonieorkest.
RICHTLIJN KLACHTEN- EN G E S C H I L L E N R E G E L I N G A D V O C AT U U R
Dit was het derde jaar van de permanent ingestelde Geschillencommissie Advocatuur die voor wat betreft de bindend adviezen ressorteert onder de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC) en voor wat betreft de arbitrale vonnissen onder de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf (SGB). Per einde verslagjaar zijn 624 kantoren (3177 advocaten) aangesloten bij de Geschillencommissie.
De Algemene Raad heeft bij de inwerkingtreding van de Richtlijn Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur op 9 december 2002 toegezegd de regeling door middel van gerichte
21
Nederlandse Orde van Advocaten
A A N TA L L E N A A N D E K L A C H T E N - E N G E S C H I L L E N R E G E L I N G A D V O C AT U U R D E E L N E M E N D E A D V O C AT E N ( K A N T O R E N )
3177
3500
Jaarverslag 2006
2000 1406
73 2
1000 566 607
94 7
4 13
5 28
624
70
0 jun 99 star t dec 00 dec 01 dec 02 dec 03 dec 04 dec 05 dec 06
78
11 4
174
500
advocaten
26 3
kantoren
1500
2 131
2500
262 8
3000
G E S C H I L L E N C O M M I S S I E A D V O C AT U U R
Arbitrage (ressorterend onder de SGB) Aantal behandelde zaken • nieuw in 2006 • overloop 2005 Uitspraken • klacht gegrond • klacht gedeeltelijk gegrond • klacht ongegrond • schikking • niet bevoegd • niet ontvankelijk Totaal verzonden 27 5 6 10 48 (29 verstek) Wijze aanbrengen geschil • akte van compromis • anders Gemiddelde behandelingsduur Aanwezigheid partijen ter zitting • advocaat was aanwezig • cliënt was aanwezig Soort geschil • prijs- kwaliteitsgeschil • declaratie-incasso door advocaat Totaal financieel belang 10 38 120.713,03 (in 42 zaken) Totaal aan openstaande declaraties 104.784,42 (in 34 zaken) Toegekend bedrag aan schadevergoeding 400 (1 cliënt) Vermindering declaratie 11.786,13 (in 5 zaken) 12 14 9 39 2,8 mnd 79 33
Bindend Advies (ressorterend onder de SGC)
149 38
9 10 30 1 1 51
22
35 16 5,2 mnd
43 47
44 7 194.202,86 (in 25 zaken) 77.696,52 (depotstorting door 33 cliënten) 10.239 (5 cliënten) 11.989,75 (in 12 zaken)
CIJFERS
BERT BOUMA
portefeuillehouder Rechtspraktijk en Communicatie
De Geschillencommissie heeft in het verslagjaar in totaal 299 klachten behandeld. Het aantal verzonden uitspraken kwam op 99. De uitspraken zijn alle doorgestuurd naar de dekens van het betreffende arrondissement. Samenvattingen van belangwekkende uitspraken verschenen in het Advocatenblad, vaak voorzien van een annotatie. De Commissie heeft in het verslagjaar 37 zittingsdagen gehad: 5 in Den Haag, 16 in Utrecht, 10 in Eindhoven en 6 in Zwolle.
M E D I AT I O N
Stelling: ‘De Orde moet in het publieke debat over rechtsstaat en advocatuur meer op de voorgrond treden’
‘Ik ben het eens met de stelling. Het gebeurt nogal eens dat de advocatuur in de media en in de politiek onder vuur komt te liggen door het optreden van een advocaat. Het is de taak van de landelijke Orde om naar aanleiding van het concrete optreden van een advocaat waarover ophef is ontstaan, publiekelijk uiteen te zetten wat de taak is van de advocaat in een rechtsstaat en welke rechten en plichten hij heeft bij het vervullen van die taak, echter zónder dat inhoudelijk wordt ingegaan op de concrete zaak en op het gedrag van de betreffende advocaat. Tevens moet de Orde meer gebruik maken van de mogelijkheid om in de publiciteit krachtiger stelling te nemen in algemene zin tegen opinies en ontwikkelingen dan wel (voorgestelde) wettelijke regelingen die een bedreiging vormen voor de rechtsstaat. Met een louter reactieve opstelling kan echter niet worden volstaan. De Orde zal enerzijds meer proactief moeten inspelen op relevante maatschappelijke onderwerpen en ontwikkelingen, waarbij het belang van de rechtzoekende en daarmee het belang van de bescherming van de rechtsstaat vooropstaat. Anderzijds is ook een taak voor de Orde weggelegd waar het gaat om slecht presterende advocaten. Meer dan tot nu toe gebeurt, moet over het voetlicht worden gebracht dat er alles aan wordt gedaan om die advocaten harder aan te pakken.’
De Orde heeft samen met het Landelijk Bureau Mediation (LBM) op 24 april 2006 de themabijeenkomst Mediation en Advocaat in Amersfoort georganiseerd. Ook op het jaarcongres van de Orde in Haarlem werd aan een thematafel over mediation discussie gevoerd over de ontwikkelingen op dit gebied. De Orde was in 2006 medeorganisator van een zevental speciaal op de balie toegespitste voorlichtingsbijeenkomsten in arrondissementen waar de doorverwijzing naar mediation reeds is of zal worden geïmplementeerd. De Algemene Raad heeft in 2006 een miniconferentie belegd over de positie van de advocaat als mediator.
23
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
Bert Bouma (55 jaar) studeerde Nederlands recht aan de Universiteit van Groningen. Hij studeerde af in twee studierichtingen: privaatrecht en sociaal-economisch recht. Bouma is sedert 1975 advocaat, eerst bij Blackstone, Rueb & Van Boeschoten in Den Haag. Hij is thans compagnon bij KienhuisHoving te Enschede. Bouma is gespecialiseerd in omgevingsrecht, en lid van de Vereniging van Milieurecht Advocaten. Hij vervulde hij tal van functies binnen de Orde, waaronder het dekenaat (Almelo), en daarbuiten. Vanaf 1 juli 2005 is Bouma lid van de Algemene Raad.
1995
24
BEROEPS- EN GEDRAGSREGELS
In 2004 kwam het Directoraat-generaal Concurrentie van
26
de Europese Commissie met een Mededeling waarin aandacht werd gevraagd voor mogelijke overregulering van de vrije beroepen. Deze Mededeling resulteerde in 2006 in het NMa-inventarisatierapport advocatuur. Inmiddels zijn al de nodige stappen op het terrein van de deregulering gezet.
I N V E N TA R I S AT I E R E G E L G E V I N G VRIJE BEROEPSBEOEFENAARS
den opgetreden door de tuchtrechter tegen een handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Het College van Afgevaardigden heeft het verzoek tot intrekking van de verordening inmiddels twee keer behandeld, en zet de beraadslaging voort in maart 2007.
OVERIGE VERORDENINGEN
Met de inventarisatie beoogt de NMa duidelijk te maken welke regels van de beroepsorganisaties mogelijk effecten hebben op de mededinging. Om dit nader te onderzoeken heeft de NMa op 23 oktober 2006 een consultatiedocument verzonden naar diverse personen en organisaties met het verzoek te reageren op de in het document gestelde vragen. Dit verzoek werd behalve aan de Nederlandse Orde ook gericht aan alle plaatselijke Orden en de onderscheiden Stichtingen Jonge Balie. Tot 1 maart 2007 kon worden gereageerd. In zijn reactie heeft de Orde aangegeven voornemens te zijn om de Verordening op de publiciteit in te trekken (zie hierna). Ook wordt bekeken in hoeverre de Orderegelgeving op onderdelen obsoleet is. Tot slot is melding gemaakt van een evaluatie van het klacht- en tuchtrecht en het voornemen om te komen tot een initiatiefwetsontwerp voor een nieuwe Advocatenwet.
DEREGULERING
Stapsgewijze zullen de overige verordeningen worden bezien. De portefeuille heeft een opzet gemaakt waarbij een drietal verordeningen in elkaar wordt geschoven, te weten de Verordening op de beroepsaansprakelijkheid 1991, de Boekhoudverordening 1998 en de Verordening op de financiële bijdrage. In dat kader is de vraag gerezen
Naar aanleiding van de in de inleiding aangeduide gebeurtenissen is besloten de Orderegelgeving tegen het licht te houden.
VERORDENING OP DE PUBLICITEIT
Met de inventarisatie beoogt de NMa duidelijk te maken welke regels van de beroepsorganisaties mogelijk effecten hebben op de
27
Nederlandse Orde van Advocaten
In het kader van de deregulering heeft de Algemene Raad gemeend dat de verordening kan worden ingetrokken door het College van Afgevaardigden, mede gelet op het kabinetsvoornemen om de kernwaarden van de advocatuur als toetsingskader op te nemen in de wet. Van belang is ook dat het doel van de verordening – de bescherming van de belangen van het publiek en het in stand houden van een onderlinge verhouding van welwillendheid en vertrouwen tussen advocaten – op andere wijze kan worden gerealiseerd. De normen als neergelegd in de verordening zijn immers ook in wettelijke bepalingen (Boek 6 BW) en de gedragsregels te vinden. Ten slotte kan op grond van artikel 46 Advocatenwet wor-
mededinging
Jaarverslag 2006
of in plaats van een Stichting Derdengelden gekozen zou moeten worden voor een kwaliteitsrekening analoog aan de kwaliteitsrekening van notarissen en gerechtsdeurwaarders met handhaving van het twee-handtekeningenvereiste. In 2007 wordt hierover verder beraadslaagd.
A A N W I J Z I N G A D V O C A AT
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 30 november 2005 geoordeeld dat de Raden voor Rechtsbijstand geen publiekrechtelijke bevoegdheid hebben om een advocaat aan te wijzen. Het Presidium
van het Hof van Discipline oordeelde dit jaar echter dat de uitspraak van de Raad van State niet impliceert dat een deken die bevoegdheid op grond van de Advocatenwet wél zou hebben. Het Presidium is en blijft van oordeel dat de mogelijkheid om de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen slechts open staat voor degene die geen gebruik kan – of wil – maken van gefinancierde rechtsbijstand. Dit betekent dat er een leemte in de wet is. Gebleken is dat dekens en Raden voor Rechts-
van Ondernemende Advocaten (BOA) ingediende motie werd aangevoerd dat de door het College van Afgevaardigden op 1 december 2005 vastgestelde verordening Wid/Wet MOT onverbindend is, daar artikel 29 lid 2 Advocatenwet bepaalt dat de verordeningen geen bepalingen mogen inhouden omtrent punten waarin door of krachtens de wet is voorzien. Daarvan is sprake, zo betoogde de BOA. In maart 2006 is de motie door het College van Afgevaardigden behandeld. Geconcludeerd werd dat er geen strijd is met artikel 29 lid 2 Advocatenwet, omdat gesteld noch gebleken
28
De Algemene Raad heeft beleid geformuleerd betreffende de bewaar-
is dat de verordening onredelijk is te achten. In april 2006 kondigde de BOA aan toch een vervolg te willen geven aan deze kwestie. De Orde en de BOA hebben gezamenlijk en ieder afzonderlijk extern advies gevraagd. De adviezen en de discussie daarover in het College leidden tot het oordeel dat de verordening geheel blijft binnen het gewone bevoegdheidsdomein van de Orde, en dus niet onverbindend is wegens onbevoegdheid van het
plicht van dossiers
bijstand hier praktisch mee omgaan. Niettemin zal er voor deze problematiek een wettelijke oplossing moeten komen. De dekens opteren voor een wettelijke bevoegdheid tot aanwijzing in betalende én toevoegingszaken. De kwestie is onder de aandacht van het ministerie van Justitie gebracht. Inmiddels heeft op 2 februari 2007 het Hof van Discipline voorzien in de geconstateerde leemte. Het Hof bepaalde dat een deken, in het geval dat een rechtzoekende die in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand, bij zijn eventuele aanwijzing als bedoeld in artikel 13 een advocaat zal aanwijzen die voor de verlening van gefinancierde rechtshulp is ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand.
VERORDENING OP DE PRAKTIJKUITOEFENING – DEEL WID EN WET MOT
College. Met inachtneming van het voorgaande en gehoord het ministerie van Justitie – dat desgevraagd verklaarde eerder en ook nu geen reden te zien om de verordening in het kader van het repressieve toezicht te vernietigen – besloot het College de verordening te handhaven. Inmiddels heeft een evaluatie plaatsgevonden van het toezichtarrangement met het Bureau Financieel Toezicht, resulterend in de conclusie dat verlenging van het bestaande toezichtarrangement met nog één jaar voor de hand ligt, waarbij aangetekend wordt dat het gewenst is om het jaar 2006 zo vroeg mogelijk te evalueren.
BEWAARPLICHT A D V O C AT E N D O S S I E R S
De Algemene Raad heeft beleid geformuleerd betreffende de bewaarplicht van dossiers van defungerende advocaten, die hebben nagelaten zelf voor het archiveren van de dossiers van hun cliënten zorg te dragen. Uitdrukkelijk
In een door een lid van het College van Afgevaardigden namens de Belangenvereniging
wordt gesteld dat de advocaat zelf verantwoordelijk is voor de dossiers van zijn cliënten, ook na defungeren. Dit betekent dat hij dient te voorzien in een behoorlijke archivering en opslag van dossiers. De praktijk leert echter dat er defungerende advocaten zijn die een dergelijke voorziening niet hebben getroffen. Het is voor deze uitzonderingsgevallen dat de Algemene Raad in het kader van het algemeen belang beleid heeft geformuleerd. Uitgangspunt is dat de lokale deken toeziet op de naleving van deze verplichting en de belangen van de cliënten veilig te stellen met betrekking tot de gearchiveerde dossiers. De opslag van deze dossiers en, na verloop van de geldende bewaartermijnen: de vernietiging, dient op regionaal niveau plaats te vinden. De aan de opslag gerelateerde kosten komen – onoverkomelijke bezwaren daargelaten – voor rekening van de betreffende Raad van Toezicht.
DEKENAPPEL
HERBERT COTTERELL
portefeuillehouder Beroeps- en Gedragsregels, tuchtrechtspraak
Stelling: ‘De Orde moet de binding met de achterban versterken’
‘Die stelling is mij op het hart geschreven: ja, dus. Ik zou willen dat de achterban zich veel meer betrokken voelt bij wat de lokale Raden van Toezicht en de Algemene Raad – uiteraard in samenspraak met het College van Afgevaardigden – doen. De balie, met inmiddels 14.000 leden, vormt een vitale beroepsgroep binnen de Nederlandse samenleving. Die heeft de opdracht om een goede rechtshulp voor iedereen te waarborgen, ook voor minder draagkrachtigen. Dat vergt inzet en betrokkenheid van alle leden van de Orde. Zo zou er wel wat genuanceerder gedeclareerd kunnen worden, om te voorkomen dat de minder draagkrachtigen bij de rechtsbedeling buiten de boot vallen. Een andere belangrijke ambitie voor de komende jaren is mijns inziens het bewaren van de onafhankelijkheid van de advocatuur. Dat komt in mijn visie vooral neer op het hoog houden van de integriteit. Accountants zijn niet onderuit gegaan door een gebrek aan kwaliteit, maar doordat het schortte aan integriteit. Dat moet de balie te allen tijde voorkomen.’
29
Nederlandse Orde van Advocaten
Uit de beslissing van de Raad van Discipline Amsterdam van 8 augustus 2005 (05-121) zou kunnen worden afgeleid dat bij elektronisch bankieren volstaan kan worden met het controleren van de bankafschriften achteraf. Bij beslissing van 13 maart 2006 (4409) heeft het Hof van Discipline de grief van de deken tegen de betreffende overweging van de Raad van Discipline gegrond verklaard. De Raad van Discipline Arnhem van 29 augustus 2005 (05.13) verklaarde een klacht wegens schending van de geheimhoudingsverplichting door de betrokken advocaat, die naar aanleiding van een vraag van een derde erkend had dat klager, een voormalige cliënt, een strafrechtelijk verleden had, ongegrond. Bij beslissing van 24 maart 2006 (4428) heeft het Hof van Discipline het dekenappel en de klacht gegrond verklaard en aan verweerder alsnog de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd. De Raad van Discipline Arnhem van 29 augustus 2005 (05.14) verklaarde een klacht over het optreden tegen een voormalige cliënt van
Jaarverslag 2006
Herbert Cotterell, 57 jaar, studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na zijn studie deed hij ‘zo’n beetje alles’: strafrecht, bestuursrecht, algemeen privaatrecht en letselschade. Hij is vanaf 1976 werkzaam bij Rassers Jacobs en Spiegel, thans Rassers Advocaten en Notarissen, Van 1994 tot 2004 maakte hij deel uit van de Bredase Raad van Toezicht, waarvan de laatste jaren als deken. Ook zat Cotterell enkele jaren in het College van Afgevaardigden.
een kantoorgenoot ongegrond. Het dekenappel was gericht tegen de motivering van de beslissing van de Raad van Discipline. Op 24 maart 2006 (4429) bekrachtigde het Hof van Discipline de beslissing van de Raad van Discipline, met verbetering van de gronden zoals door de deken verzocht.
VERZET RAAD VAN TOEZICHT ( A R T I K E L 4 L I D 2 A D V O C AT E N W E T )
het belang van de consument. Als aanzet tot die hervorming heeft de Commissie al enige voorstellen tot verbetering van de werking van het klacht- en tuchtrecht gedaan. Het kabinet heeft in oktober 2006 enkele van de suggesties van de Commissie Advocatuur onderschreven. Voordat echter een standpunt wordt bepaald over de andere voorstellen die het tuchtrecht aangaan, wil het kabinet de resultaten afwachten van de studie van de Commissie Huls, die de opdracht heeft het beroepsgroepentuchtrecht in den brede aan een onderzoek te onderwerpen. Het rapport van de Commissie Huls is in februari 2007 gepubliceerd. De Algemene Raad heeft besloten een en ander niet af te wachten, maar vooruitlopend
Gebleken is dat de adjunct-secretarissen c.q. de Raden van Toezicht behoefte hebben aan meer informatie met betrekking tot de gronden waarop verzet kan c.q. zou moeten worden gedaan als bedoeld in artikel 4 lid 2
30
Het kabinet heeft in oktober 2006 enkele van de suggesties van de Commissie Advocatuur onderschreven
Advocatenwet. Aan de hand van de jurisprudentie is een notitie opgesteld met een opsomming van factoren waarmee het Hof van Discipline rekening houdt bij het al dan niet gegrond verklaren van een beklag tegen een verzet tegen de inschrijving. Tevens is een vragenlijst over dit onderwerp aan de adjunctsecretarissen voorgelegd. Een en ander zal verwerkt worden in een praktische handleiding.
HERVORMING KLACHT- EN TUCHTRECHT
op de uitkomsten van het onderzoek van de Commissie Huls zelf het bestaande klacht- en tuchtrecht kritisch te beschouwen. Hiertoe is een klankbordgroep klacht- en tuchtrecht ingesteld, die gevormd wordt door enkele tuchtrechters, dekens, leden van de Algemene Raad, evenals een ethicus. Deze klankbordgroep zal in het voorjaar 2007 voor de tweede keer bijeen komen.
WET BESCHERMING PERSOONSGEGEVENS
In juli 2005 heeft het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) ontheffing verleend voor het overleggen van antecedentenlijsten aan de tuchtrechter. Een advocaat heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend. Het CBP heeft hem niet ontvankelijk verklaard omdat hij naar het oordeel van het CBP niet rechtstreeks in zijn belang zou zijn getroffen. De advocaat heeft beroep aangetekend bij de rechtbank. De zitting heeft in december 2006 plaatsgevonden. Het wachten is op de uitspraak.
BEWAREN KOPIEËN VAN PA S P O O R T E N E N D E W I D
De Commissie Advocatuur heeft in haar rapport ‘Een maatschappelijke Orde’ van 24 april 2006 de aanbeveling gedaan om het veld van toezicht, klacht- en tuchtrecht en schadevergoedingsrecht betreffende de beroepsuitoefening in de advocatuur nader te onderzoeken om tot hervorming ervan te komen in
De Orde is benaderd met de vraag of het een advocaat is toegestaan kopieën van paspoorten en rijbewijzen van cliënten te maken
en te bewaren in het kader van de Wid. Uitdrukkelijk wordt er op gewezen dat het in de praktijk dringend gewenst is deze kopieën te mogen bewaren in het dossier. Op de paspoorten en rijbewijzen wordt onder meer het sofinummer vermeld. Op grond van artikel 24 Wet bescherming persoonsgegevens mogen sofinummers alleen worden verwerkt indien daarvoor een wettelijke grondslag bestaat. Deze kwestie is voorgelegd aan het CBP. Naar het oordeel van het CBP kan er in de Wid geen grondslag worden gevonden voor het verwerken van sofinummers, omdat deze wet niet voorschrijft dat een kopie van het identificatiebewijs moet worden bewaard. Deze kwestie is onder de aandacht gebracht van het ministerie van Justitie en het ministerie van Financiën.
ONDERZOEK INCASSOPRAKTIJK
man wilde afwachten naar aanleiding van een andere klacht. Hij heeft echter niet uitdrukkelijk afgezien van de mogelijkheid gehoord te worden. De Orde heeft om deze reden in verband met de hoorplicht van artikel 9:10 Awb advies ingewonnen bij de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman heeft geopperd klager nog éénmaal voor een hoorzitting op te roepen en daarbij aan te geven dat dit voor klager de laatste mogelijkheid zou zijn om gehoord te worden. De hoorzitting heeft uiteindelijk plaatsgevonden op 17 mei 2006. Bij beslissing van 20 mei 2006 zijn de klachten afgewezen.
WET OPENBAARHEID VAN BESTUUR
Een justitiabele heeft in de loop van 2006 diverse WOB-verzoeken ingediend bij de Orde. Waar deze verzoeken het overleggen van bepaalde statistische gegevens betrof, zijn deze verstrekt; voor het overige zijn deze WOB-verzoeken afgewezen. In de gevallen waarin de betrokkene daartegen bezwaar heeft aangetekend, is het bezwaar ongegrond verklaard. Betrokkene heeft tevens een WOBverzoek gericht tot alle lokale Orden.
G B A - P R O B L E M AT I E K
Het CBP heeft een onderzoek aangekondigd naar de naleving van de wettelijke meldingsplicht door bedrijven met een incassopraktijk, waaronder begrepen advocaten. Hierover is contact geweest met de Vereniging van Incasso-Advocaten (VIA). Naar aanleiding daarvan hebben zowel de VIA als de Orde een brief gezonden aan het CBP met een beroep op artikel 19 Vrijstellingsbesluit, waaruit volgt dat advocaten met een incassopraktijk niet aan de meldingsplicht behoeven te voldoen. Het CBP heeft schriftelijk bevestigd dat incassoadvocaten zijn vrijgesteld van de meldingsplicht van artikel 27 Wet bescherming persoonsgegevens.
VARIA KLACHTENREGELING VAN DE NEDERLANDSE ORDE VAN A D V O C AT E N
31
Nederlandse Orde van Advocaten
Met een nieuwsbrief van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) is al in 2005 bekend gemaakt dat advocaten recht hebben op gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie wanneer dit noodzakelijk is ter uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift. De Raad van State heeft dit laatstelijk bevestigd in een beslissing van 4 oktober 2006.
CCBE
Jaarverslag 2006
De Orde is net als veel andere balies lid van de CCBE (Raad van Europese balies, www.ccbe. org). De Nederlandse delegatie bestaat uit vier personen bijgestaan door een information officer die werkzaam is op het Bureau van de Orde. De CCBE volgt de ontwikkelingen op het gebied van Europese en internationale regelgeving die zien op de advocatuur, stelt indien
Een justitiabele heeft bij brief van 20 mei 2005 twee klachten ingediend tegen de Algemene Raad. Klager heeft diverse keren laten weten niet te zullen verschijnen op de door de Orde geplande hoorzitting, omdat hij eerst het oordeel van de Nationale ombuds-
noodzakelijk position papers op en heeft hierover overleg met bijvoorbeeld de Europese Commissie, het Europese Hof van Justitie, het Gerecht van Eerste Aanleg, Europarlementariërs of de Raad van Europa. Daarnaast vindt overleg plaats met onder andere de ABA, IBA en de nationale beroepsorganisaties uit Japan en China. Hetzelfde gebeurt op het gebied van het materieel recht. Acht keer per jaar vinden er vergaderingen plaats, waarin onder andere de diverse (concept-)position papers
naar aanleiding van het rapport van de Commissie Van Wijmen. Daarnaast is de CCBE actief in landen waar de advocatuur nog in ontwikkeling is, onder andere Georgië, Wit-Rusland, Moldavië. Tot slot heeft de CCBE zich gevoegd als partij in de zaak van de Belgische balie waarin prejudiciële vragen werden gesteld over implementatie van de tweede witwasrichtlijn.
BEZWAAR EN BEROEP
Dit jaar was er een aanzienlijke toename van het aantal administratief beroepsprocedures. Deze toename werd deels veroorzaakt door
32
In administratief beroep heeft de Algemene Raad beslist dat een kantoornaam niet het woord rechtshulp mag bevatten. Er bleken echter kantoren te zijn die ook na die datum een combinatie van de woorden ‘rechtshulp’ en ‘advocaten’ in hun naam bleven voeren
worden besproken en erover wordt gestemd. In 2006 zijn er position papers verschenen over Europees contractenrecht, de kernwaarden van de advocatuur, Europees strafrecht, ondernemingsrecht, het Europees familierecht, de dienstenrichtlijn, de procedure bij het Gerecht van Eerste Aanleg in Luxemburg, IT-recht en Rome I. Tevens zijn er, analoog aan de Verordening op de Permanente Opleiding, modelregels opgesteld over permanente opleiding van advocaten. Ook heeft de CCBE een brief geschreven naar de minister van Justitie
de naamgeving van de voormalige Bureaus voor Rechtshulp. Als gevolg van de stelselherziening zijn deze Bureaus opgeheven. De keus was vervolgens of het Bureau zou worden omgezet in een Juridisch Loket of zou worden voortgezet als (sociaal) advocatenkantoor, dan wel uiteen zou vallen. De Algemene Raad was van mening dat de voormalige Bureaus die werden omgevormd tot advocatenkantoor tot 1 juli 2006 nog het woord ‘rechtshulp’ in de kantoornaam mochten voeren. Er bleken echter kantoren te zijn die ook na die datum een combinatie van de woorden ‘rechtshulp’ en ‘advocaten’ in hun naam bleven voeren. In administratief beroep heeft de Algemene Raad beslist dat een kantoornaam niet het woord rechtshulp mag bevatten. Een ingesteld beroep bij de rechtbank is ingetrokken nadat de Raden van Toezicht hadden aangegeven dat, als de betreffende kantoren de fax-, telefoonnummers en e-mailadressen zouden wijzigen, er geen bezwaar meer tegen de naam zou bestaan. Er loopt nog slechts in één arrondissement een administratief beroep. De plaatselijke deken heeft overigens een tuchtrechtelijke klacht ingediend over de naamgeving, welke niet-ontvankelijk is verklaard door de Raad van Discipline. Verschillende keren is aan de Algemene Raad in administratief beroep voorgelegd de weigering tot goedkeuring van een buitenpatronaat. De redenen voor de weigering lopen uit-
een. In een aantal gevallen bleek dat er vaak niet meer gecommuniceerd wordt tussen partijen, wat tot gevolg heeft dat partijen er na de hoorzitting soms alsnog uitkomen. Dit was de aanleiding tot aanpassing van het beleid, inhoudende dat een lid van de Algemene Raad praat met partijen om te kijken of tot een oplossing gekomen kan worden zonder een formele beslissing. In de praktijk heeft deze modaliteit nog geen grote vlucht genomen. Over het buitenpatronaat is ook een hoorzitting bij de NMa geweest. Het ging hier om iemand die stelde dat het Stagereglement van de Raad van Toezicht mededingingsbeperkend is, omdat hij werd gedwongen samen te werken met een advocaat en niet zelfstandig een kantoor kon beginnen. De klacht is ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitspraak gedaan in twee procedures waarbij de vraag centraal stond of de stage verlengd kan worden wegens zwangerschap. De Afdeling heeft geoordeeld dat niet alleen in het geval van zwangerschap, maar ook als een stagiaire wegens andere redenen dan zwangerschap afwezig is, er inhoudelijk beoordeeld dient te worden of voldoende praktijkervaring is opgedaan. Op grond van die beoordeling wordt besloten of de stage al dan niet wordt verlengd. Er is een Raad van Toezicht die geen gevolg geeft aan deze beslissingen en de stage toch verlengt. De Raad stelt zich op het standpunt dat de stage geschorst is in geval van langere afwezigheid, omdat de praktijk in een dergelijke situatie niet onder het toezicht van een patroon wordt gevoerd. De Algemene Raad heeft overigens in administratief beroep beslist dat werken in deeltijd wel tot gevolg heeft dat de stage verlengd wordt. Ook is er een zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak geweest in een procedure waarbij aan een advocaat die ook notaris is, geweigerd is een stageverklaring uit te reiken. Het beroep is ongegrond bevonden.
JOHAN KLEYN
portefeuillehouder Beroeps- en Gedragsregels, tuchtrechtspraak
Stelling: ‘Een kwart van de regelgeving van de Orde kan worden afgeschaft’
‘Dat lijkt mij een te vergaande stelling. Wel is het zo dat wij bezien in hoeverre onze huidige regelgeving in lijn is met de hedendaagse praktijkvoering. Wij doen dat niet alleen omdat de vraag in hoeverre bepaalde regelgeving nog actueel is regelmatig aan de orde moet komen, maar ook omdat de Europese Commissie en de NMa er op aandringen onze regelgeving kritisch te bezien en mededingingsbeperkende bepalingen die verder gaan dan strikt noodzakelijk te elimineren. Voeg daarbij het rapport van de Commissie Advocatuur en de wetgevingsronde die ons daardoor te wachten staat. Een en ander dwingt ons om pro-actief onze regelgeving te toetsen op haar efficiëntie, actualiteit en mogelijke strijdigheid met het mededingingsrecht. Wij hebben ons voorgenomen alle regelgeving onder de loep te nemen, vanzelfsprekend met de vereiste zorgvuldigheid. Je moet natuurlijk niet het dereguleringsproces ten koste laten gaan van alle waardevolle regels die ons beroep zo’n bijzondere kleur geven en die noodzakelijk zijn om onze taak als waakhonden van de rechtstaat blijvend te kunnen vervullen. Voorts moeten wij natuurlijk de kernwaarden van de advocatuur in volle omvang respecteren. Het is verheugend dat wij van het College van Afgevaardigden alle mogelijke medewerking krijgen om dit pad in te slaan. Bij veranderingsprocessen behoort het aloude adagium dat wij alles moeten beproeven doch het goede behouden.’
33
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
Johan Kleyn (geboren 15 augustus 1949) is compagnon van Allen & Overy. Hij studeerde rechten in Utrecht, Londen (King’s College) en New York (LL.M). Hij is gespecialiseerd in overnames, openbare biedingen, corporate litigation, beursnoteringen en boardroom counselling. Hij is lid van de redactie van Vennootschap & Onderneming en van het curatorium van de Fusie & Overname leergang van VU Law Centre.
1996
34
GEFINANCIERDE RECHTSHULP
De stelselherziening werd in het verslagjaar afgerond. Het dertigste en laatste Juridisch Loket werd geopend. De loketten blijken te voldoen aan de doelstelling, te weten een goede laagdrempelige eerstelijnsvoorziening. De voorwaardelijke toevoeging is komen te vervallen. Volgens het nieuwe stelsel wordt een definitieve toevoeging verleend, die echter achteraf, afhankelijk van het met de rechtsbijstand bereikte gevolg, kan worden ingetrokken.
36
STELSELHERZIENING GEFINANCIERDE RECHTSHULP
R E S U LT A A T A F H A N K E L I J K E TOEVOEGING
Vanaf 1 april 2006 is de Wet tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende aanpassing van het inkomens-, en vermogensbegrip aan het fiscale inkomens – en vermogensbegrip, hierna te noemen VIValt, van kracht. Met deze wet is primair beoogd de administratieve lasten van zowel de rechtsbijstandverlener als de rechtzoekende te verlagen. Naar aanleiding van uit het veld ontvangen klachten is in september 2006 een enquête onder advocaten uitgezet waarmee de ervaring met VIValt werd gepeild. De belangrijkste conclusies uit de enquête zijn: • de Raden slagen er niet in binnen de streeftermijn van twee weken na aanvraag de afgifte van een toevoeging te realiseren; • de gewijzigde berekeningssystematiek (belastbaar inkomen in plaats van nettoinkomen) kan tot gevolg hebben dat rechtzoekenden die vóór VIValt wel in aanmerking kwamen voor een toevoeging nu geen beroep meer kunnen doen op gefinancierde rechtsbijstand; • het aanvragen van peiljaarverlegging is erg omslachtig en het daartoe benodigde formulier is gebruikersonvriendelijk; • er bestaat behoefte aan de mogelijkheid om peiljaarverlegging direct aan te kunnen vragen met de aanvraag van een toevoeging als bij aanvang al blijkt dat er sprake is van een aanzienlijke inkomensachteruitgang. Deze opmerkingen zijn met de directeuren van de Raden voor Rechtsbijstand besproken. De directeuren gaven aan dat eind 2006 de doorloopsnelheid van de aanvragen op een aanvaardbaar niveau is gebracht. De aangekondigde nieuwe werkwijze van de Raden met betrekking tot peiljaarverlegging maakt het mogelijk een verzoek om peiljaarverlegging direct met het toevoegingsverzoek in te dienen. Het goed en compleet aanleveren van de aanvragen kan bijdragen aan het optimaliseren van de werking van VIValt.
De voorwaardelijke toevoeging is komen te vervallen. Elke toevoeging wordt onderworpen aan een zogenoemde resultaatsbeoordeling, wat tot gevolg kan hebben dat een verleende toevoeging kan worden ingetrokken als blijkt dat de kosten van rechtsbijstand op een derde verhaalbaar zijn, dan wel de rechtzoekende als gevolg van de verleende rechtsbijstand niet meer in aanmerking komt voor een toevoeging. In die gevallen verhaalt de Raad voor Rechtsbijstand de vergoeding die aan de advocaat is uitbetaald op de rechtzoekende, terwijl de advocaat zijn honorarium
VIValt: met deze wet is primair beoogd de
37
Nederlandse Orde van Advocaten
administratieve lasten
van zowel de rechtsbijstandverlener als de rechtzoekende
te verlagen
onder aftrek van de al door de Raad aan hem uitgekeerde vergoeding bij de cliënt in rekening brengt Naar aanleiding van deze systematiek is bij de Orde de vraag gerezen of de intrekking van de toevoeging achteraf als gevolg van het bereikte resultaat niet een zogeheten domino-effect zou moeten hebben. In de nieuwe systematiek kan alleen de laatste rechtsbijstandverlener zijn particulier tarief in rekening brengen aan de rechtzoekende, terwijl zijn eventuele voorganger(s) in eerdere instantie(s), maar ook hij zelf, voor de aan het bereikte resultaat voorafgaande rechtsbijstand genoegen moet(en) nemen met een (veel) lagere honorering. In overleg met het ministerie en de Raden
Jaarverslag 2006
voor Rechtsbijstand is besloten om gedurende twee jaar de effecten te bezien van de resultaatafhankelijke beloning, waarbij ervan wordt uitgegaan dat de intrekking van de toevoeging alleen gevolgen heeft voor de laatste rechtsbijstandverlener.
JURIDISCH LOKET
In aanwezigheid van de deken heeft minister Donner op 19 juni 2006 in Almere de laatste vestiging van de Stichting Juridisch Loket geopend. Uit de cijfers die ten behoeve van
38
Het vreemdelingen- en asielrecht heeft zich het afgelopen jaar in een ruime belangstelling mogen verheugen. Gerapporteerd werd over de
de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand zijn verzameld, blijkt dat de rechtzoekenden de Loketten weten te vinden. In de maanden januari tot en met november 2006 hebben 533.597 cliënten contact met het loket opgenomen. Dit zijn er meer dan zich ooit landelijk tot de Bureaus voor Rechtshulp hebben gewend. Het Juridisch Loket maakt zijn positie als laagdrempelige eerstelijnsvoorziening dus waar. Van de advocaten die rechtsbijstand op basis van een toevoeging verzorgen, heeft een groot deel zich aangemeld voor de verwijsarrangementen van het Juridisch Loket. In 2006 is in ongeveer 44.500 zaken vanuit het Loket naar de advocatuur verwezen. Over het algemeen is de advocatuur tevreden over de werking van het verwijsarrangement. De service van het loket is goed, evenals de bereikbaarheid en de informatieverstrekking aan de advocaat en de cliënt. Advocaten geven wel aan dat het aantal verwijzingen vanuit het loket achterblijft bij de verwachting. Het aantal deelnemers is hier debet aan, evenals het systeem dat advocaten bij toerbuurt een verwijzing doet toekomen.
WERKGROEP AANWASBEVORDERING
herinrichting rechtsbijstand asiel en over
de kwaliteit van de door de vreemdelingenadvocatuur geleverde diensten.
Op verzoek van de Raden voor Rechtsbijstand en de Orde is een onderzoek uitgevoerd betreffende de vraag naar advocaten/stagiaires bij advocatenkantoren de komende vijf jaar. Dit is een vervolg op een eerder onderzoek met de titel: ‘Ik wil advocaat worden, voorkeuren en beelden op de beroepskeuze van studenten en beginnende advocaten’.
Uit het onderzoek blijkt dat in de particuliere rechtshulpverlening de komende jaren in vraag en aanbod geen grote problemen zijn te verwachten. Voorts is anderzijds gebleken dat enerzijds de student niet beschikt over goede gestructureerde informatie over kantoren die zich richten op de particulier. Studenten hebben aangegeven zeker interesse te hebben in een praktijk als particulier rechtshulpadvocaat. De kantoren voor de particulier hebben aangegeven het op prijs te stellen als de Orde het initiatief zou nemen om tot een duidelijker profiel van die kantoren te komen.
• De toetsing zou meer betrekking moeten hebben op de inhoud van de rechtsbijstand; • De toetsing zou voor álle advocaten moeten gelden. Deze bevindingen zijn met de Raden voor Rechtsbijstand besproken en worden betrokken bij het kwaliteitsvraagstuk zoals dat momenteel binnen de Orde wordt uitgewerkt.
ASIELZAKEN EN VREEMDELINGENRECHT
ALGEMEEN
VARIA KILOMETERVERGOEDING.
Het vreemdelingen- en asielrecht heeft zich het afgelopen jaar in een ruime belangstelling mogen verheugen. Gerapporteerd werd over de herinrichting rechtsbijstand asiel en over de kwaliteit van de door de vreemdelingenadvocatuur geleverde diensten.
H E R I N R I C H T I N G R E C H T S B I J S TA N D ASIEL
In het reguliere overleg met het ministerie van Justitie is verzocht om de kilometervergoeding die advocaten in toevoegingszaken ontvangen, doorgaans € 0,09 per kilometer, aan te passen. Het ministerie heeft eind november laten weten daar vooralsnog geen mogelijkheden toe te zien, daar in de wet verwezen wordt naar de regeling als opgenomen in het Reisbesluit Binnenland. Het ministerie van Justitie zal worden verzocht de vergoeding voor advocaten elders te regelen.
M E TAT O E T S
39
Nederlandse Orde van Advocaten
In juli 2006 hebben de Raden voor Rechtsbijstand het rapport Inrichting Rechtsbijstand Asiel aan de minister van Justitie aangeboden. Bij de totstandkoming van het rapport is de Orde geconsulteerd door de Raden. In het rapport wordt ondermeer voorgesteld over te gaan tot een reorganisatie van rechtsbijstandverlening aan asielzoekers in overeenstemming met het reguliere stelsel van gefinancierde rechtshulp. Dit impliceert dat de Stichting Rechtsbijstand Asiel Nederland (SRAN) geen functie meer heeft in de rechtsbijstandverlening, daar deze taak door de markt, de advocatuur wordt verzorgd. De noodzakelijke organisatorische activiteiten worden bij de Raden voor Rechtsbijstand ondergebracht. Dientengevolge wordt voorgesteld de SRAN op te heffen. In een brief van 29 september 2006 aan de minister van Justitie heeft de Algemene Raad laten weten zich in grote lijnen te kunnen vinden in de inhoud van het rapport. Daarnaast heeft de Algemene Raad in die brief aanzet-
Jaarverslag 2006
Op 10 oktober 2006 presenteerde de Commissie Metatoets Kwaliteitsstelsel Rechtsbijstand onder verantwoordelijkheid van de Raden voor Rechtsbijstand haar rapport. In het convenant kwaliteit dat in 2002 tussen de Orde en Raden voor Rechtsbijstand is gesloten, is overeengekomen dat deze Metatoets over het stelsel van de audits zou worden uitgebracht. De commissie presenteerde de volgende bevindingen: • Het kwaliteitsbewustzijn binnen de advocatuur is door de introductie van het kwaliteitsstelsel via de audits gegroeid; • De werkwijze van de auditors, die de toetsing uitvoeren, dient verder te worden geprofessionaliseerd;
ten gegeven voor de uitwerking van actiepunten die voor de Orde uit het rapport voortvloeien. Deze actiepunten worden in 2007 in samenspraak met de Raad voor Rechtsbijstand Arnhem uitgewerkt. De minister van Justitie liet de Tweede Kamer in een brief van 6 december 2006 weten de noodzaak van een herinrichting van de rechtsbijstand aan asielzoekers te onderschrijven. Het door de Raden voor Rechtsbijstand
Tijdens discussies over het
geschetste toekomstige model achtte hij daartoe passend. Een motie tegen de opheffing van de SRAN werd op 6 februari 2007 door de Tweede Kamer verworpen.
K W A L I T E I T R E C H T S B I J S TA N D VREEMDELINGENBEWARING
kwaliteitsvraagstuk
is geconstateerd dat kwaliteit onlosmakelijk verbonden is met attitude. Binnen het opleidingsaanbod voor de advocatuur is weinig aandacht voor de
In mei 2006 is het onderzoeksrapport van het IVA Tilburg, getiteld Kwaliteit van de rechtsbijstand voor vreemdelingen in vreemdelingenbewaring in Nederland, gepubliceerd. Uit dit onderzoek blijkt dat een groot deel van de advocatuur werkzaam in dat segment zijn werk goed tot zeer goed doet. Een klein deel presteert echter onder de maat. Het rapport zorgde voor negatieve publiciteit. Deze door een gering percentage onder de maat presterende advocaten veroorzaakte negatieve publiciteit is niet goed voor: • de cliënten van die advocaten; • elke individuele advocaat die het wel goed doet (85%); • de Orde, zeker niet nu kwaliteit als speerpunt benoemd is. In juni 2006 heeft de Algemene Raad ingestemd met een proactieve aanpak richting disfunctionerende vreemdelingenadvocaten. Omdat de kwestie van de onder de maat presterende advocaat zich niet beperkt tot de groep advocaten die vreemdelingenzaken behandelt, heeft de Algemene Raad besloten een baliebrede aanpak te ontwikkelen. In eerste instantie is onder alle dekens een korte enquête over dit thema gehouden. Aan de hand van de uitkomsten van de enquete
40
beroepsethiek en beroepseer.
Advocaten richten zich, als het over scholing gaat, vooral op het ontwikkelen van hun juridische expertise en vaardigheden
wordt in samenspraak met de dekens deze materie nader uitgewerkt in 2007. Meer in het algemeen: tijdens discussies over het kwaliteitsvraagstuk is geconstateerd dat kwaliteit onlosmakelijk verbonden is met attitude. Binnen het opleidingsaanbod voor de advocatuur is weinig aandacht voor de beroepsethiek en beroepseer. Advocaten richten zich, als het over scholing gaat, vooral op het ontwikkelen van hun juridische expertise en vaardigheden. Dit wordt door velen als een gemis ervaren. In 2007 zal een symposium georganiseerd worden rond het thema attitude. Tijdens het symposium zal mede onderzocht worden welk scholingsaanbod het best aansluit bij de behoefte in het veld.
UNIFORMERING INSCHRIJVINGSVOORWAARDEN ASIEL- EN VREEMDELINGENRECHT
LOTJE VAN DEN PUTTELAAR
portefeuillehouder Gefinancierde Rechtshulp, Asielzaken
Stelling: ‘Het zal in de toekomst steeds meer moeite kosten om advocaten te vinden die bereid zijn om toevoegingszaken te doen’
‘Dat zou wel mee kunnen vallen. In 2002 waarschuwden het ministerie van Justitie en de Raden voor Rechtsbijstand voor het uitsterven van dit soort advocaten. De traditionele sociale advocatuur vergrijst en men maakte zich zorgen over de aanwas. Het Verweij Jonker Instituut voorspelde in 2001 dat bij gelijkblijvend beleid een probleem in de aanwas bij de kantoren voor de particulier te verwachten zou zijn. Ervaringen bij de stelselherziening en recente onderzoeksresultaten lijken deze stelling echter te logenstraffen. Bij de stelselherziening in de rechtshulp was men bevreesd dat onvoldoende advocaten zich zouden aanmelden voor het zogeheten verwijsarrangement. Het tegendeel bleek waar. Veel advocaten hebben zich daarvoor opgegeven en advocaten klagen zelfs dat zij nu veel minder zaken krijgen doorverwezen van de loketten. De Orde en de Raden voor Rechtsbijstand hebben verder gezamenlijk onderzoek laten doen naar de eventuele aanwasproblematiek. Uit dat onderzoek is gebleken dat op korte termijn in ieder geval in de komende vijf jaren geen problemen worden voorzien. Voor de rest blijft het natuurlijk koffiedik kijken hoe een en ander zich ik de toekomst ontwikkelt. Wel kan worden gesignaleerd dat op universiteiten zich weer een ander soort studenten aandient. Men is niet alleen geïnteresseerd in het gladde grote geld. De huidige student denkt eerder bevrediging te vinden in een baan waarmee hij iets voor de samenleving kan betekenen.
Lotje van den Puttelaar, 54 jaar, heeft gestudeerd in Rotterdam. Zij is medeoprichtster van het Advokatenkollektief in Rotterdam (1975), thans werkzaam bij Wybenga Wildeboer van den Puttelaar in Rotterdam. Sinds december 2004 is Van de Puttelaar lid van de Algemene Raad. Daarvoor was zij zes jaar lid van de Raad van Toezicht in Rotterdam.
41
Nederlandse Orde van Advocaten
De Raden voor Rechtsbijstand zijn voornemens de inschrijvingsvoorwaarden te uniformeren. Met ingang van 1 januari 2007 zijn de voorwaarden op het asiel- en het vreemdelingenrecht landelijk uniform.
NORMALISEREN VREEMDELINGENE N A S I E L R E C H T.
Vastgesteld kan worden dat, als gevolg van een afnemende instroom van asielzoekers en vreemdelingen, de periode van extreme dynamiek op deze rechtsgebieden voorbij is. In samenspraak met de adviescommissie vreemdelingenrecht wordt ernaar gestreefd de adviescommissie vreemdelingenrecht conform het reglement adviescommissies wetgeving te laten functioneren. De adviescommissie zal zich in het vervolg beperken tot wetgevingsadvisering en niet langer met het organiseren van overleg met andere instanties, zoals bijvoorbeeld de IND en de Raden voor Rechtsbijstand. De adviescommissie is verder verzocht uit te zien naar initiatiefnemers voor de oprichting van een specialisatievereniging.
Jaarverslag 2006
2002
42
WETGEVINGSADVISERING
Na 2005, waarin de wetgevingsinspanningen van de
44
regering culmineerden, was het verslagjaar relatief rustig. In 2006 werden 22 adviezen uitgebracht, tegenover 40 in 2005 en 32 in 2004.
In de media zult u zelden iets aantreffen over de wetgevingsadviezen van de Orde. De advisering blijft daarmee enigszins onderbelicht, terwijl de Orde het als een zeer belangrijke activiteit beschouwt. Als publiekrechtelijke organisatie levert zij graag – gevraagd en soms ongevraagd – een bijdrage aan de kwaliteit van de wet- en regelgeving. Bij de advisering wordt vooral gekeken naar aspecten als rechtsbescherming, toegang tot het recht en de beroepsuitoefening van de advocaat. Juridisch-technische onderwerpen worden uiteraard ook meegenomen. Deze advisering is mogelijk door de vele specialistische juridische kennis, in combinatie met praktijkervaring, die binnen de advocatuur aanwezig is. Door de duur van het wetgevingsproces wordt vaak pas geruime tijd na indiening van het advies duidelijk welk gebruik ervan is gemaakt. De Algemene Raad wil op deze plaats zijn waardering uitspreken voor de leden van de commissies. Naar het oordeel van de Algemene Raad geeft de Orde met de advisering uitdrukking aan de medeverantwoordelijkheid voor de goede rechtsbedeling. Of, anders gezegd: de wetgevingsadvisering is bij uitstek een manifestatie van de advocatuurlijke kernwaarden deskundigheid, onafhankelijkheid en publieke verantwoordelijkheid.
genoeg gaat. De redengeving om een uitzondering te maken voor de Belastingdienst overtuigt niet: andere bestuursorganen hebben ook te maken met massale processen en automatiseringsvraagstukken, en zijn ook aan de termijnen van de Algemene wet bestuursrecht gebonden. Een amendement met deze strekking is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen.
Op dit moment heeft de Belastingdienst voor veel beslissingen nog een wettelijke beslistermijn van een jaar. Dat loopt niet alleen uit de pas met de korte termijnen waaraan de burger in zijn relatie tot de overheid gehouden is
45
Nederlandse Orde van Advocaten
Een ander voorbeeld: de adviezen van de De adviezen van de Orde spelen vooral een rol in het proces van politieke besluitvorming. Een recent voorbeeld is het wetsvoorstel op het gebied van het belastingrecht ter versterking van de fiscale rechtshandhaving en het verkorten van beslistermijnen. Op dit moment heeft de Belastingdienst voor veel beslissingen nog een wettelijke beslistermijn van een jaar. Dat loopt niet alleen uit de pas met de korte termijnen waaraan de burger in zijn relatie tot de overheid gehouden is, maar ook met de termijnen waaraan andere bestuursorganen zijn gebonden. De Adviescommissie Belastingrecht wees er op dat de voorgestelde verkorting van de beslistermijnen tot dertien weken niet ver Adviescommissie Strafrecht hebben er mede toe bijgedragen dat de Tweede Kamer de regering heeft verzocht over te gaan tot een experiment met de aanwezigheid van de raadsman bij het politieverhoor. Deze commissie leverde onder meer onderzoeksgegevens over de situatie in de andere Europese landen: in zeventien van de 25 EU-landen is het de advocaat toegestaan om aanwezig te zijn bij het eerste politieverhoor. In de motie van de Kamer werd hiernaar verwezen. De Algemene Raad beraadt zich thans op mogelijkheden om de wetgevingsadviezen – in gevallen die zich daarvoor lenen – ook buiten het direct betrokken politieke circuit bekendheid te geven.
Jaarverslag 2006
STRAFRECHT
1. Technische hulpmiddelen strafvordering Conceptbesluit technische hulpmiddelen strafvordering. Brief van de Orde aan de minister van Justitie van 31 januari 2006, adviesnummer 460. Dit concept strekt tot vervanging van het Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden. Het beoogt de inzet van deze hulpmiddelen bij onder meer observatie en het opnemen van vertrouwelijke communicatie slagvaardiger te maken. De Adviescommissie Strafrecht constateert met tevredenheid dat de uitgangspunten voor het huidige Besluit qua betrouwbaarheid, niet-manipuleerbaarheid en toetsbaarheid worden gehandhaafd. De commissie vraagt met nadruk de aandacht van de verantwoordelijke autoriteiten voor de vereiste zorgvuldigheid van het beheer en de vereiste deskundigheid bij de toepassing van het besluit. 2. Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties Conceptwetsvoorstel tot implementatie van het Kaderbesluit betreffende de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties. Brief van de Orde aan de minister van Justitie van 25 april 2006, adviesnummer 463.
3. Positie deskundige in strafzaken Conceptwetsvoorstel betreffende de positie van de deskundige in strafzaken. Brief van de Orde aan de minister van Justitie van 23 juni 2006, adviesnummer 469. De Adviescommissie Strafrecht stemt in grote lijnen in met het wetsvoorstel. Desondanks biedt het op belangrijke onderdelen nog geen daadwerkelijke verbetering voor de verdediging. De regeling van de rol van deskundigen leidt in de huidige praktijk tot knelpunten die onvoldoende worden opgelost. Zo wordt de verdediging te weinig betrokken bij de formulering van de onderzoeksopdracht, lijkt voor toewijzing van een verzoek om aanvullend onderzoek of tegenonderzoek een te beperkend criterium te gelden en is onzeker of kosten van deskundigen die op verzoek van de verdediging zijn benoemd door de Staat worden vergoed. De beoogde equality of arms komt daardoor onvoldoende tot stand. 4. Opsporing terroristische misdrijven Wetsvoorstel ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven en het conceptbesluit opsporing terroristische misdrijven. Brief van de Orde aan de Vaste Commissie voor Justitie van de Eerste Kamer en de minister van Justitie van 1 september 2006, adviesnummer 470. De Orde heeft in 2005 al geadviseerd over
vrijheden in gevaar kan brengen. De middelen voor de burger om zich tegen een ongerechtvaardigde aantasting van zijn grondrechten te weer te stellen, zijn ontoereikend. 5. Besluit OM-afdoening Conceptbesluit OM-afdoening. Brief van de Orde aan de minister van Justitie van 10 oktober 2006, adviesnummer 471. Dit besluit bevat een uitwerking van de Wet OM-afdoening. Een aantal belangrijke, principiële keuzes wordt echter in andere, komende besluiten gemaakt. Dat geldt bijvoorbeeld de vraag wie de schuld vaststelt die aan de strafbeschikkingen ten grondslag ligt: wordt dat voorbehouden aan de officier van Justitie of kan dat door een parketsecretaris of zelfs op een lager niveau in de organisatie worden gedaan? De Adviescommissie bepleit daarom een gezamenlijke behandeling van deze besluiten. 6. Besluit Politiegegevens Conceptbesluit Politiegegevens. Brief van de Orde aan de ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, en aan de Vaste Commissie van Justitie van de Eerste Kamer van 16 oktober 2006, adviesnummer 472. De Adviescommissie wijst op het gevaar dat gevoelige gegevens, bijvoorbeeld over iemands ras, godsdienst of seksuele leven, terecht komen bij derden die geen geheimhoudingsplicht hebben. De Adviescommissie vindt de enkele verplichting tot geheimhouding onvoldoende, aangezien dat niet waarborgt dat de ontvangende derden zich daarvan bewust zijn. Daarnaast blijkt uit het besluit nog steeds niet wie precies de bevoegde ambtenaren van politie zijn voor de verwerking van de gegevens. 7. Omgang met geprivilegieerde post in penitentiaire inrichtingen Advies naar aanleiding van het beklag van een gedetineerde over een onderzoek in zijn verblijfsruimte in de penitentiaire inrichting, waarbij personeel van de inrichting
46
De Adviescommissie Strafrecht gaat in haar advies uitgebreid in op de onderliggende beginselen en overwegingen die bij wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van sancties een rol spelen. De Adviescommissie juicht toe dat het voorstel restrictief uitvoering geeft aan de verplichtingen van het Kaderbesluit. Zij steunt voorts de opmerking in de memorie van toelichting dat het beginsel van dubbele strafbaarheid onverkort van toepassing moet blijven bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen.
het conceptwetsvoorstel. Ten behoeve van de behandeling in de Eerste Kamer heeft de Adviescommissie Strafrecht zich gebogen over het in bescheiden mate aangepaste voorstel. De Tweede Kamer heeft ervoor gezorgd dat de onthouding van kennisneming van stukken tijdens de verlengde periode van voorlopige hechtenis periodiek – per 90 dagen – aan rechterlijke controle onderworpen blijft. Dat acht de Adviescommissie een verbetering, maar neemt de eerdere bezwaren tegen de verlengde voorlopige hechtenis niet weg. De adviescommissie blijft zeer bezorgd over de gevolgen van het wetsontwerp, dat bij invoering in belangrijke mate de burgerlijke
buiten zijn aanwezigheid een poststuk wilde controleren dat afkomstig zou zijn van zijn advocaat. Brief van de Orde aan de minister van Justitie en aan de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming van 27 oktober 2006, adviesnummer 485. Volgens de directeur van de inrichting mochten de stukken buiten aanwezigheid van de gedetineerde worden onderzocht. De Adviescommissie Strafrecht concludeert dat de gang van zaken bij het onderzoek op gespannen voet staat met de Penitentiaire beginselenwet. De Algemene Raad dringt er in navolging van de commissie bij de minister op aan te bevorderen dat bij celinspectie het praktische advies van de Adviescommissie wordt opgevolgd: laat kenbare geprivilegieerde enveloppen en poststukken bij inspectie meenemen en inspecteer die op een geschikt moment in aanwezigheid van de gedetineerde. Een royale naleving van de betrokken wetsartikelen dient de kernwaarde van vertrouwelijkheid tussen advocaat en rechtzoekende. 8. Advocaat bij het politieverhoor Advies naar aanleiding van de motie-Dittrich c.s, waarbij de Tweede Kamer de regering verzocht om over te gaan tot een experiment met de aanwezigheid van de raadsman bij het politieverhoor. Advies van de Orde aan het ministerie van Justitie van 15 november 2006, adviesnummer 479. Ter voorbereiding op het opzetten van een experiment met de aanwezigheid van de advocaat bij het politieverhoor heeft de Algemene Raad een aantal vragen voorgelegd aan de Adviescommissie Strafrecht. Zo geeft de commissie een definitie van het begrip politieverhoor, en spreekt zij uit dat de strekking van de motie niet alleen ziet op bijstand bij het eerste verhoor, maar ook bij latere verhoren. Anders zou de bijstand een wassen neus zijn. Verder gaat de commissie in op de taak van de raadsman bij het verhoor. De verdachte zou voorafgaande aan elk verhoor met zijn advocaat moeten kunnen overleggen. Tijdens het verhoor moet de raadsman in ieder geval kunnen optreden als rechtsbijstandverlener en pro-
cesbewaker. Daarbij dient hij toe te zien op de naleving van het pressieverbod en van procedurele regels tijdens het verhoor, en op een juiste weergave van de verklaring van de verdachte in het proces-verbaal. Hij moet ook tegenwicht kunnen bieden tegen intimiderende verhoorsituaties en detentieomstandigheden. 9. WED op de helling Conceptbeleidsreactie van de minister van Justitie op het WODC-onderzoeksrapport ‘De WED op de helling’. Advies van de Orde aan de minister van Justitie van 15 november 2006, adviesnummer 473. De Adviescommissie Strafrecht heeft het rapport en de beleidsreactie op verzoek van de Algemene Raad bestudeerd. De onderzoekers stellen voor de lange lijsten van delicten in art. 1 en 1a WED te vervangen door een aantal categorieën ordeningsdelicten met bijbehorende sanctiebedreigingen. De Adviescommissie deelt de mening van het departement om de lijsten te handhaven, omdat in de praktijk goed met de lijsten kan worden gewerkt. De commissie sluit zich eveneens aan bij de mening van de minister dat er behoefte is aan meer differentiatie in de strafmaat. De minister bepleit om te onderzoeken of de bijkomende straf van openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak frequenter zou moeten worden opgelegd. Volgens de Adviescommissie is de rechter in de praktijk met reden terughoudend met naming and shaming. Juist in het economische leven kan reputatieschade vergaande gevolgen hebben voor de veroordeelde.
De Gecombineerde Commissie gaat in op enkele principiële onderdelen van het wetsvoorstel. Deze betreffen het toezicht op de naleving van de biedplicht bij een verplicht openbaar bod, onduidelijkheid over de biedplicht als gevolg van handelen in onderling overleg, de willekeurigheid van de dwingendrechtelijke doorbraakregeling en de technische (on)toereikendheid van de regelingen met betrekking tot de statutaire opheffing van het beschermd vennootschappelijk karakter van de doelvennootschap en de dwingendrechtelijke doorbraakregeling. Ten slotte geeft de commissie een uitgebreid artikelsgewijs commentaar. 2. Vereenvoudiging BV-recht, derde tranche Derde tranche van het voorontwerp voor de vereenvoudiging en flexibilisering van het BV-recht. Advies van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van de Orde en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie aan het ministerie van Justitie van 7 juni 2006, adviesnummer 467. De Gecombineerde Commissie kan zich in grote lijnen vinden in de uitwerking van de derde tranche, zoals die in dit voorontwerp is opgenomen. De commissie heeft echter fundamenteel commentaar met betrekking tot aandelen zonder nominale waarde, de vermogenstoets (naast de liquiditeitstoets) en de voorgestelde regeling voor aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders. De commissie ontraadt om in dit kader ook het onderwerp ‘aandelen zonder nominale waarde’ mee te nemen, aangezien een discussie daarover tot vertraging van het wetgevingsproces kan leiden.
47
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
VENNOOTSCHAPSRECHT
1. Implementatie overnamerichtlijn Wetsvoorstel tot uitvoering van richtlijn 2004/25/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende het openbare overnamebod. Advies van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van de Orde en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie van 3 maart 2006 aan de Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer, adviesnummer 461.
BESTUURSRECHT
Herverkaveling rechtsmacht bestuursrechtspraak Conceptwetsvoorstel herverkaveling rechtsmacht bestuursrechtspraak. Brief van de Orde aan de minister van Justitie van 1 mei 2006, adviesnummer 464.
De Adviescommissie Bestuursrecht betreurt het dat de derde fase van de herziening van de rechtelijke organisatie is doodgelopen, en dat de bestuursrechtspraak in hoogste instantie verbrokkeld blijft. Gelet daarop is het wenselijk de afbakening tussen de verschillende hoogste bestuursrechters van tijd tot tijd te herzien. De commissie is positief over het voorstel waar het gaat om de overheveling van de rechtsmacht van de Afdeling bestuursrechtspraak naar het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De voorgestelde herverkaveling leidt echter op meerdere plaatsen tot verminderde rechtsbescherming, waar rechtspraak in twee instanties wordt vervangen door rechtspraak in eerste en enige aanleg. Dit geldt in het bijzonder zaken op grond van de Kaderwet LNV-subsidies, Landbouwkwaliteitswet, Loodsenwet, Wet MAAV en de Wet op de kansspelen.
MEDEDINGINGSRECHT
1. Wijziging Mededingingswet Wetsvoorstel tot wijziging van de Mededingingswet als gevolg van evaluatie van die wet. Brief van de Orde aan de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer van 12 juni 2006, adviesnummer 468. Bij dit wetsvoorstel rijst de vraag of de opsporing, vervolging, oplegging van boetes en beslissing op bezwaar nog in één hand – bij de NMa – kunnen blijven. De Adviescommissie Mededingingsrecht van mening dat dit niet meer aanvaardbaar is. Door de hoge boetes en ingrijpende dwangmiddelen is het mededingingsrecht een pseudo-strafrecht geworden, waarop – dat is onbetwist – de waarborgen van onder andere artikel 6 EVRM van toepassing zijn. De bewijslast voor de overheid is in bestuursrechtelijke zaken aanmerkelijk lichter dan in het strafrecht. Dit brengt mee dat de NMa makkelijker hoge boetes kan opleggen dan de rechter in strafzaken dat zou kunnen. Chinese walls en functiescheiding binnen de NMa zijn ontoereikende waarborgen. 2. Groenboek schadevorderingen Consultatie over het Groenboek van de Europese Commissie betreffende schadevorderingen wegens schending van de communautaire mededingingsregels en de kabinetsreactie op het Groenboek. Adviezen van de Orde aan de Europese Commissie en het ministerie van Economische Zaken van 26 april en 10 juli 2006, adviesnummer 465. Het Groenboek veronderstelt dat er een civielrechtelijk handhavingstekort van de mededingingsregels is, en zet een eerste codificerende stap op weg naar een communautair burgerlijk wetboek. De Adviescommissie Mededingingsrecht is echter van mening dat met het mededingingsrecht civielrechtelijke moeilijkheden – zo die bestaan – opgelost kunnen worden. Zij ziet vooralsnog geen reden om schadevergoedingen naar aanleiding van inbreuken op mededingingsregels anders
(soepeler) te behandelen dan schadevorderingen wegens schendingen van andere communautaire regels. Belangrijker is dat de maatschappelijke acceptatie van de procespraktijk toeneemt. Er zou een gezonde procescultuur moeten komen die Amerikaanse excessen rondom discovery en overdreven advocatenbeloningen vermijdt. Ook moet worden erkend dat civiele procedures misstanden op velerlei terrein kunnen wegnemen. 3. Groenboek Onschuldvermoeden Advies van de Orde aan de CCBE van 5 juli 2006, adviesnummer 478. Het Groenboek gaat primair in op de betekenis van het vermoeden van onschuld in strafrechtelijke procedures. De Adviescommissie Mededigingsrecht zou toejuichen als het Groenboek zich ook tot administratieve mededingingsrechtelijke procedures zou uitstrekken. De punitieve sancties die in dergelijke procedures kunnen worden opgelegd, zijn immers aan te merken als criminal charges in de zin van artikel 6 EVRM. Het vermoeden van onschuld is vooral van belang, omdat de Nederlandse mededingingsautoriteit zowel opspoort als bestraft. Bovendien blijkt in de praktijk dat de NMa veelal werkt met bewijsvermoedens en omkering van de bewijslast. Ook constateert de commissie dat in de praktijk de identiteit van ondernemingen tegen wie onderzoek loopt of rapport wordt opgemaakt, toch vaak openbaar wordt.
48
R E C H T S H U L P E N M E D I AT I O N
Herijking verlening rechtsbijstand Wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de invoering van een lichte adviestoevoeging, evenals de regeling van de vergoeding van conflictbemiddeling. Brief van de Orde aan de Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer van 16 maart 2006, adviesnummer 462. Dit wetsvoorstel formaliseert de instelling van de Juridisch Loketten en introduceert onder meer de lichte adviestoevoeging. De Algemene Raad is verheugd dat het wetsontwerp de mogelijkheid biedt dat de loketten hun activiteiten regionaal kunnen aanpassen aan de lokale situatie, en dat lokaal goede afspraken gemaakt kunnen worden over adequate doorverwijzing. Dit neemt het belang van één voorziening met een uniforme uitstraling en werkwijze niet weg. Ten aanzien van de lichte adviestoevoeging pleit de Algemene Raad voor een voor alle Wrb-gerechtigden gelijke, lage eigen bijdrage, zodat bij de doorverwijzing naar de private sector geen extra barrières worden opgeworpen voor de rechtzoekende.
INTELLECTUEEL EIGENDOMSRECHT
1. Strafrechtelijke handhaving IE Voorstellen voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen en een kaderbesluit van de Raad tot versterking van het strafrechtelijk kader om schending van de intellectuele eigendom te bestrijden. Brief van de Orde aan de minister van Justitie van 16 mei 2006, adviesnummer 466.
Ten tijde van de advisering speelde een discussie over de wenselijkheid om op Europees niveau te komen tot verplichtingen tot strafbaarstelling. Deze discussie ontstond naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie EG van 13 september 2005 over strafbaarstellingen op het gebied van het milieurecht. Het kabinet besloot om voorstellen voor EG-besluiten met een strafrechtelijke component extra nauwlettend in de gaten te houden en deze voorstellen te toetsen aan een aantal genoemde criteria. De Adviescommissie Strafrecht steunt deze aanpak. Het IE-recht is echter in hoge mate communautair recht, anders dan het ‘normale’ materiële en formele strafrecht. De Adviescommissie Intellectuele Eigendom acht het merkwaardig en onlogisch dat (ernstige) overtredingen van deze communautaire normen (piraterij) in de verschillende lidstaten met verschillende straffen worden bedreigd. Aangezien het gaat om inbreuken op normen op EU-niveau, lijkt het gewenst om ook op communautair niveau dezelfde strafrechtelijke normen toe te passen. 2. Proceskostenveroordeling in IE-zaken Wetsvoorstel tot implementatie van richtlijn 2004/48/EG betreffende handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Brief van de Orde aan het Landelijk Overleg Voorzitters Civiel van 27 november 2006, adviesnummer 480. Dit wetsvoorstel introduceert onder meer een nieuwe titel in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor procedures betreffende intellectuele eigendom, met een nieuw artikel 1019h over de proceskostenveroordeling. De Orde heeft vorig jaar al over het voorstel geadviseerd. De betrokken richtlijn had echter op 29 april 2006 geïmplementeerd moeten zijn. De Adviescommissies Burgerlijk Procesrecht en Intellectuele Eigendom bespeuren sindsdien in de lagere rechtspraak de tendens tot (al dan niet vermeend) richtlijnconforme interpretatie. Beide signaleren dat de toelichting bij artikel 1019h Rv onduidelijkheid schept, en dat daardoor moeilijk
WILLEM BEKKERS
waarnemend deken, portefeuillehouder Wetgevingsadvisering
Stelling: ‘De specialisatieverenigingen zouden er goed aan doen om hun toelatingseisen te harmoniseren’
‘Er zijn specialisatieverenigingen waarvan de meeste leden advocaat zijn en specialisatieverenigingen waarvan uitsluitend advocaten lid zijn: de advocatenspecialisatieverenigingen. De advocatenspecialisatieverenigingen zijn destijds opgericht door individuele advocaten en autonoom. De voorwaarden voor het lidmaatschap verschillen nogal, zoals ondermeer bleek in een special van het Advocatenblad een aantal jaren geleden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het aantal ervaringsjaren, in de praktijk te besteden tijd aan de specialisatie, te behalen studiepunten, het volgen van een door de specialisatievereniging erkende vooropleiding. Voor de rechtzoekende is dat misschien minder wenselijk. Het zou gemakkelijk zijn als men er van uit kan gaan dat voor het lidmaatschap van ieder advocatenspecialisatievereniging dezelfde voorwaarden gelden. Anderzijds ben ik er geen voorstander van dat de Orde harmonisatie voorschrijft of een systeem van erkenning invoert. Het kwalificeren van een specialisme is al ingewikkeld genoeg. Bovendien is in de praktijk gebleken dat advocaten een en ander in de verschillende verenigingen heel redelijk zelf hebben opgelost. Wel moeten de advocaten specialisatieverenigingen aan het publiek duidelijk kenbaar maken wat de criteria zijn om lid te kunnen zijn van de betreffende vereniging. Terugkomend op de stelling: ik ben geen voorstander van verplichte harmonisatie. Als het de verenigingen zelf lukt om tot enige harmonisatie te komen zou dat mooi zijn. In 2007 zullen de meeste advocaten specialisatieverenigingen zich presenteren tijdens ons jaarcongres in Den Haag in voor alle congresgangers toegankelijke bijeenkomsten. Komt dat zien, en vergelijk de kwaliteit.’
49
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
Willem Bekkers (geboren 1944) is sinds 1974 verbonden aan Wijn & Stael te Utrecht. Hij studeerde rechten aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Bekkers is gespecialiseerd in het ondernemingsrecht in het algemeen en in het insolventierecht en het gezondheidsrecht in het bijzonder. Willem Bekkers vervulde een groot aantal maatschappelijke nevenfuncties, waaronder het dekenaat van de Utrechtse orde van advocaten. Verder was hij voorzitter van de redactie van het juridisch wetenschappelijk Tijdschrift voor Insolventierecht.
voorspelbaar is wat het procesrisico in concrete zaken is. Om die reden heeft de Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht een voorstel gedaan voor een apart liquidatietarief in IE-zaken. De Adviescommissie Intellectuele Eigendom steunt dit voorstel.
terwege laten van een dergelijke melding. Voor het overige verwijst de commissie naar haar eerdere advies. 2. Rechtsbescherming controlehandelingen fiscus Initiatiefwetsvoorstel houdende wijziging van de Algemene wet betreffende rijksbelastingen ten behoeve van de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij controlehandelingen van de fiscus. Brief van de Orde aan de indieners en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer van 26 oktober 2006, adviesnummer 474. Het voorstel beoogt bepaalde besluiten met betrekking tot controlehandelingen voor bezwaar en beroep vatbaar te maken, maar aan dit bezwaar en een eventueel beroep tegen de uitspraak op bezwaar geen schorsende werking toe te kennen. Deze systematiek is bedoeld om te voorkomen dat er tegen elk besluit bezwaar wordt aangetekend enkel om de zaak te traineren. Als de belastingplichtige werkelijk wordt getroffen door de beschikking, kan hij de zaak op korte termijn bij de voorlopige voorzieningenrechter aanhangig maken. De Adviescommissie Belastingrecht juicht het wetsvoorstel toe omdat het voorziet in een leemte in de fiscale rechtsbescherming, die nu voor een belangrijk deel wordt gedicht. Het voorstel is echter niet van toepassing op alle beschikkingen en besluiten van de inspecteur, noch op controlehandelingen van de ontvanger in de invorderingspraktijk.
langdurige ‘normale’ procedure, waar de doorlooptijd (inclusief beroep) regelmatig meer dan 800 dagen is, staat de zeer korte AC-procedure met snelle rechterlijke toets die regelmatig leidt tot een totale doorlooptijd van 23 dagen of korter. De afhandeling van asielzaken in de 48-uursprocedure lijkt ten koste te gaan van de zorgvuldigheid van de beslissingen, maar ook van de snelheid van de ‘normale’ procedure. Daarom zouden beide procedures in elkaar moeten worden geschoven, en de termijnen binnen de AC-procedure worden verlengd. 2. Vreemdelingenwet 2000 Conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het afschaffen van bezwaar in reguliere verblijfsprocedures. Brief van de Orde aan de minister van Justitie van 18 december 2006, adviesnummer 481. Het wetsvoorstel beoogt de vreemdelingenrechtelijke procedures te uniformeren en de reguliere procedure te versnellen. De Adviescommissie Vreemdelingenrecht is het eens met het streven naar versnelling van de reguliere procedure, maar meent dat die ook op een andere wijze kan worden bereikt dan door het afschaffen van bezwaar. Zij draagt daarvoor enkele alternatieven aan. De Adviescommissie is verder vooral bezorgd over de gevolgen van het wetsvoorstel voor de rechtsbescherming van ‘reguliere’ vreemdelingen. Het alternatief van de voornemenprocedure biedt onvoldoende waarborgen. Bovendien zou de voornemenprocedure, anders dan wordt voorgesteld, in alle gevallen beschikbaar moeten zijn bij wijze van minimumvoorziening. Herinvoering van hoger beroep bij bepaalde visa-beslissingen lijkt geen alternatief voor een voornemen- of bezwaarprocedure.
BELASTINGRECHT
1. Versterking fiscale rechtshandhaving Wetsvoorstel tot wijziging van de Algemene wet betreffende rijksbelastingen en van enige andere wetten, in het kader van het versterken van de fiscale rechtshandhaving en het verkorten van beslistermijnen. Brief van de Orde aan de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer van 9 oktober 2006, adviesnummer 453. De Orde adviseerde vorig jaar al aan de Kamer over dit wetsvoorstel dat de positie van de Belastingdienst in de heffings- en invorderingssfeer versterkt. Naar aanleiding van de Nota van Wijziging heeft de Algemene Raad een nader advies van de Adviescommissie Belastingrecht aan de Kamer gestuurd. De Adviescommissie Belasting wijst er op dat de overgangsregeling in vrij willekeurige gevallen leidt tot terugwerkende kracht van de bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 36b Invorderingswet 1990. Zij beveelt aan om artikel 36b slechts toe te passen op aansprakelijkheidsschulden betreffende belasting die materieel verschuldigd is geworden ná inwerkingtreding van de wetswijziging. Verder bevat het voorstel de plicht dat een aansprakelijk gesteld lichaam in bepaalde gevallen binnen twee weken betalingsonmacht meldt. Zo niet, dan wordt de bestuurder van dat lichaam geconfronteerd met omkering van bewijslast. Volgens de Adviescommissie heeft een dergelijke melding weinig toegevoegde waarde voor de Ontvanger, maar heeft het wel verstrekkende gevolgen voor de bestuurder. De beschikking aansprakelijkstelling zou op zijn minst deze meldingsplicht moeten vermelden, de (uiterst korte) termijn en de eventuele consequenties van het ach-
50
VREEMDELINGENRECHT
1. Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 Kabinetsstandpunt over het advies van de Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 (CEV). Brief van de Orde van 12 december 2006 aan de Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer, adviesnummer 475. De Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet concludeert in haar evaluatierapport onder meer dat de AC-procedure en de ‘normale’ procedure te ver uit elkaar zijn gegroeid qua doorlooptijden en kwaliteit van de beschikkingen. Tegenover de zeer
FINANCIËN EN BEHEER
De hier weergegeven Balans en Staat van baten en lasten zijn ontleend aan het Financieel Verslag 2006 dat door het College van Afgevaardigden werd goedgekeurd op 30 maart 2007. Uit de Staat van baten en lasten blijkt dat de inkomsten van de Orde in het afgelopen jaar 2,8 procent en de lasten 3,2 procent hoger uitkwamen dan begroot. Het resultaat over 2006 is aan het eigen vermogen toegevoegd waardoor het eigen vermogen per 31 december 2006, na aftrek van de in 2005 gevormde bestemmingsreserve (ultimo 2006: € 270.000) voor meerjarig historisch onderzoek, € 2.301.000 bedraagt. Het eigen vermogen overstijgt daarmee het berekende normvermogen groot € 2.297.000 met € 4.000. Onder normvermogen wordt verstaan 40 procent van een deel van de voor 2007 begrote vaste kosten.
51
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
BALANS PER 31 DECEMBER 2006
Bedragen x € 1.000
2006
ACTI VA Vaste activa Materiële en immateriële vaste activa Financiële vaste activa 436 1.885 2.321
2005
417 1.885 2.302
52
Vlottende activa Vorderingen en vooruitbetaalde bedragen Liquide middelen 648 4.124
753 3.952 4.772 4.705
52
TOTA AL ACTIVA
7.093
7.007
PAS S I VA Eigen vermogen Fondsen en voorzieningen Overige schulden en vooruitontvangen bedragen 2.571 1.092 3.430 2.478 1.128 3.401
TOTA AL PAS S IVA
7.093
7.007
S TA AT VA N B AT E N E N L A S T E N O V E R 2 0 0 6
Bedragen x € 1.000
Begroting 2006
Uitkomst 2006
Uitkomst 2005
B AT E N
Financiële bijdrage Inkomsten uit opleiding Overige inkomsten Rente inkomsten T O TA A L B AT E N
6.080 4.783 1.093 130 12.086
5.996 5.143 1.103 180 12.422
6.149 4.564 1.091 173 11.977
LASTEN
1.1 Algemene Raad en College* 1.2 Bureaukosten*
288 1.310 211 1.809 2.262 3.005 4.321 0 510 4.831
518 1.444 252 2.214 2.411 2.789 4.438 0 437 4.875
244 1.328 188 1.760 2.166 2.524 3.923 41 391 4.355
53 1. Algemene Zaken
Nederlandse Orde van Advocaten Jaarverslag 2006
1.3 Algemene kosten en Buitenland
53
Nederlandse Orde van Advocaten
2. Juridische Zaken 3. Rechtspraktijk/Communicatie 4.1 Beroepsopleiding 4.2 Voortgezette Stagiaire Opleiding 4.3 Verplichte Permanente Opleiding 4. Opleiding
T O TA A L L A S T E N
11.907
12.289
10.805
Jaarverslag 2006
Resultaat uit gewone activiteiten Buitengewone last: historisch onderzoek Resultaat
179 0 179
133 -50 83
1.172 0 1.172
Resultaatbestemming Bestemmingsreserve historisch onderzoek Vermogenspendel Toevoeging Algemene reserve -50 0 133 83 320 851 1 1.172
* Na doorberekening naar de posten 2 t/m 4.
2003
54
56
1.000 2.000 3.000 4.000
0
12.000
15.000
3.000
6.000
9.000
0
Alkmaar 141 + 109 = 250 191 + 107 = 298 2.408 + 1.606 = 4.014 452 + 280 = 732 99 + 78 = 177 441 + 248 = 689 122 + 86 = 208 926 + 651 = 1.577 199 + 125 = 324 279 + 177 = 456 563 + 313 = 876 155 + 86 = 241 316 + 145 = 461 112 + 58 = 170 142 + 91 = 233 948 + 614 = 1.562 741 + 532 = 1.273 203 + 121 = 324 239 + 170 = 409 Almelo Amsterdam Arnhem Assen Breda Dordrecht Den Haag Groningen Haarlem Den Bosch Leeuwarden Maastricht Middelburg Roermond Rotterdam Utrecht Zutphen Zwolle-Lelystad
1920
877
1947
1.509
(per 31 december 2006)
1970
2.063
1980
3.726
GROEI VAN DE BALIE
1985
4.975
1990
6.381
1995
4,2%
8.264
1996
6,0%
8.757
1997
5,7%
9.252
DE BALIE IN CIJFERS
A A N TA L L E N A D V O C AT E N I N N E D E R L A N D
1998
6,7%
9.872
1999
5,4%
10.406
2000
6,0%
11.033
2001
7,0%
11.807
2002
4,1%
12.290
2003
3,3%
12.691
2004
3,3%
13.111
2005
5,0%
13.765
Totaal aantal advocaten 14.274 van wie 5.597 vrouw
2006 14.274
3,7%
Jaarlijkse stijging in %
mannelijke advocaten + vrouwelijke = totaal aantal advocaten
J A A R L I J K S B E Ë D I G D E S TA G I A I R E S
Arrondissement Alkmaar Almelo Amsterdam Arnhem Assen Breda Dordrecht Den Haag Groningen Haarlem Den Bosch Leeuwarden Maastricht Middelburg Roermond Rotterdam Utrecht Zutphen Zwolle-Lelystad Totaal 1999 11 12 281 36 19 31 13 141 13 19 59 12 18 6 17 137 81 12 27 945 2000 12 14 299 57 14 34 18 92 13 25 46 14 24 9 23 126 94 20 24 958 2001 9 20 376 50 14 52 25 144 12 21 45 12 22 10 11 164 85 21 33 1.126 2002 10 19 294 42 12 42 11 127 22 25 65 12 25 13 14 138 81 13 27 992 2003 17 31 289 53 8 45 27 106 20 26 64 16 15 6 28 120 93 18 31 1.013 2004 13 21 280 50 14 50 18 94 14 28 45 14 30 7 24 109 83 17 28 939 2005 17 21 356 52 20 38 13 120 16 23 64 25 30 5 10 128 74 14 25 1.051 2006 16 17 378 62 15 47 9 144 30 26 61 14 28 11 9 129 95 25 35 1.151
57
Nederlandse Orde van Advocaten
KANTOREN EN KANTOOROMVANG
Arrondissement Alkmaar Almelo Amsterdam Arnhem Assen Breda Dordrecht Den Haag Groningen Haarlem Den Bosch Leeuwarden Maastricht Middelburg Roermond Rotterdam Utrecht Zutphen Zwolle-Lelystad Buitenland Totaal kantoren Totaal advocaten 1 45 37 344 95 35 93 18 209 35 71 118 23 79 28 30 175 135 46 43 34 1.693 1.693 2-5 29 29 241 74 36 74 30 136 42 55 111 25 63 31 234 118 149 33 59 20 1.378 4.025 6-20 13 13 92 32 24 29 9 56 9 16 25 13 20 5 15 46 51 16 9 2 495 4.287 69 1.994 21 2.275 3 6 6 5 1 7 3 3 5 2 3 2 21 10 13 21-60 >60 totaal 87 81 711 211 95 199 57 410 89 145 259 61 162 64 68 350 342 95 114 56 3.656 14.274
Jaarverslag 2006
SAMENSTELLING VAN HET BUREAU
(per 31 december 2006)
ALGEMENE ZAKEN
Mr. J.J.H. Suyver
ALGEMEEN SECRETARIS
JURIDISCHE ZAKEN
Mw. mr. M.E. Veenboer LL.B (Cantab)
HOOFD
Mw. mr. A. de Josselin de Jong
STAFMEDEWERKER BEROEPSOPLEIDING
Mr. P.H. Smits
STAFMEDEWERKER VOORTGEZETTE STAGIAIRE OPLEIDING/PERMANENTE OPLEIDING
Mw. J.I. Siegert
BESTUURSSECRETARIS
Mw. mr. E. Bravenboer
STAFMEDEWERKER REGELGEVING/ GEFINANCIERDE RECHTSHULP
T. van Tilburg
STAFMEDEWERKER PERSONEEL
Mw. W.M. Davis
SECRETARIEEL MEDEWERKER
Mw. mr. M.J. van der Pijl
STAFMEDEWERKER BEZWAAR EN BEROEP
Mw. mr. A.L.H. Hoevers
JURIST-COÖRDINATOR PUBLIC AFFAIRS EN WETGEVINGSADVISERING
Mw. M.A.M. Groenhuijsen
MEDEWERKER BEROEPSOPLEIDING
Mw. mr. M.E. Pirinu
STAFMEDEWERKER JURIDISCHE ZAKEN
Mw. M. Jooren
MEDEWERKER BEROEPSOPLEIDING
Mw. D.C. Ball
SECRETARIEEL MEDEWERKER
Mw. J.E. Dieters
SECRETARIEEL MEDEWERKER
Mw. M.J. Kuiper
MEDEWERKER VOORTGEZETTE STAGIAIRE OPLEIDING/PERMANENTE OPLEIDING
Mw. F.J.R.N. van Dam
SECRETARIEEL MEDEWERKER
58
RECHTSPRAKTIJK/ C O M M U N I C AT I E
Mr. D. de Snoo
HOOFD, WND. ALG. SECRETARIS
Mw. E.W. Langelaan
MEDEWERKER VOORTGEZETTE STAGIAIRE OPLEIDING/PERMANENTE OPLEIDING
FINANCIËN & BEHEER
J.D. Pronk
HOOFD
Drs. N. Hupkes
STAFMEDEWERKER RECHTSPRAKTIJK
Mw. M. van der Linde
MEDEWERKER BEROEPSOPLEIDING
E.W.T. Oltmans
STAFMEDEWERKER FINANCIËN
Mw. mr. E.M. van der Meijden
STAFMEDEWERKER KWALITEITSZORG
Mw. S. den Otter
MEDEWERKER VOORTGEZETTE STAGIAIRE OPLEIDING/PERMANENTE OPLEIDING
F. Hessing
SALARISADMINISTRATEUR
Mw. mr. L.B. Vossenberg
STAFMEDEWERKER RECHTSPRAKTIJK
D. Geers
MEDEWERKER FINANCIËN
Mw. C.E.P. van Rijn
MEDEWERKER BEROEPSOPLEIDING
Dr. mr. L.W.M. Wopereis
REDACTEUR/JOURNALIST
M.M. Goossensen
MEDEWERKER CENTRALE CONTROLE VERORDENINGEN
Mw. C. van der Sluys
MEDEWERKER BEROEPSOPLEIDING
Mw. J. Havinga
MEDEWERKER COMMUNICATIE
jhr. Mr. C.M.E. van Nispen tot Sevenaer
MEDEWERKER BEROEPSOPLEIDING
Mw. P.G.H.J. Knoester
MEDEWERKER FINANCIËN/BAR BEHEER
Mw. M. van Loenhout
MEDEWERKER INFORMATIEVOORZIENING
Mw. H.J. Kooijmans
MEDEWERKER FINANCIËN
Mw. D.J. Philips
MEDEWERKER RECHTSPRAKTIJK/ KWALITEITSZORG
B A L I E P L U S B . V.
A.J. Messing
DIRECTEUR
E.S.M. van der Lely
MEDEWERKER FINANCIËN
Mw. D. Boot
MEDEWERKER RECHTSPRAKTIJK/ COMMUNICATIE
Mw. E. Slager
ACCOUNTMANAGER
Mw. S.L. Barendregt
MEDEWERKER TELEFOON/RECEPTIE
Mw. J.G. Knoester
MEDEWERKER TELEFOON/RECEPTIE
Mw. P.J. Weber
MEDEWERKER RECHTSPRAKTIJK/ COMMUNICATIE
A A N TA L M E D E W E R K E R S IN FTE’S
Algemene Zaken Financiën & Organisatie Juridische Zaken Rechtspraktijk/Communicatie Opleiding
TOTAAL
Mw. A.A. van Wingerden
MEDEWERKER TELEFOON/RECEPTIE
4,6 10,7 4,4 7,6 12,0 38,9 1,2
Mw. P.J. Eikelenboom medewerker interne dienst Mw. P.S. Mascarenhas
MEDEWERKER INTERNE DIENST
OPLEIDING
Dr. R.C.H. van Otterlo
HOOFD
Mw. mr. F. van der Grinten
STAFMEDEWERKER BEROEPSOPLEIDING
Mw. V.E.C. van der Steen
MEDEWERKER INTERNE DIENST
BaliePlus
SAMENSTELLING ALGEMENE RAAD EN PORTEFEUILLEVERDELING
(per 31 december 2006)
Portefeuilles Algemene Raad
Algemene Zaken
Algemene Raad
Mw. mr. E. Unger Algemeen deken
Organisatie Bureau van de Orde
Mr. J.J.H. Suyver Algemeen secretaris Mw. J.I. Siegert Bestuurssecretaris
Mr. W.M.J. Bekkers
Mr. J.J.H. Suyver Wetgevingsadvisering
Financiën & Beheer
Mr. W.M.J. Bekkers Wnd. deken
J.D. Pronk Financiën & Beheer Dr. R.C.H. van Otterlo Opleiding
Opleiding
Mr. E. van Liere
Rechtspraktijk & Communicatie
Mr. B.J.Th. Bouma
Mr. D. de Snoo Rechtspraktijk/Communicatie
59
Nederlandse Orde van Advocaten
Beroeps- en Gedragsregels, Tuchtrechtspraak, Bezwaar en beroep op de Algemene Raad, Mededinging en CCBE Gefinancierde Rechtshulp, Asielzaken
Mr. H.D. Cotterell
Mw. mr. M.E. Veenboer LL.B (Cantab) Juridische Zaken
Mr. J.D. Kleyn Mw. mr. Ch.L. van den Puttelaar Mw. mr. M.E. Veenboer LL.B (Cantab) Juridische Zaken
S P E C I A L I S AT I E V E R E N I G I N G E N
(per 31 december 2006) NEDERLANDSE VERENIGING VAN ADVOCATENBELASTINGKUNDIGEN Prof. mr. K.L.H. van Mens, voorzitter Mr. J.A. Booij, secretaris Postbus 74654 1070 BR Amsterdam Tel. 020 - 577 77 00 VERENIGING ADVOCATEN AGRARISCH RECHT (VAAR) Mr. D.M.H.M. van Dijk, voorzitter Postbus 560 6800 AN Arnhem Mr. R.K.E. Buysrogge, secretaris Postbus 1036 8001 BA Zwolle Tel. 038 - 428 00 77 Fax 038 - 421 85 73 VERENIGING ARBEIDSRECHT ADVOCATEN NEDERLAND (VAAN) Amsterdam Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Amsterdam e.o. Postbus 75640 1070 AP Amsterdam Tel. 020 - 546 01 54 Fax 020 - 546 07 27 Mw. mr. P.A. Charbon, secretaris E-mail: petra.charbon@ stibbe.com Arnhem Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Ressort Arnhem, Postbus 600 8000 AP Zutphen Tel. 038 - 425 92 00 www.vaara.nl Mw. mr. A.C. BeijderwellenWittekoek, secretaris Assen, Groningen en Leeuwarden Vereniging van Arbeidsrecht Advocaten Noord-Nederland Postbus 120 8500 AC Joure Tel. 0513 - 41 56 55 Mr. J.A.M. Bijlholt, secretaris Breda en Den Bosch Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Breda en Den Bosch Postbus 1714 5200 BT Den Bosch Tel. 073 - 692 77 18 Fax 073 - 692 77 99 Mw. mr. Y.M.Th.L. Verheggen-de Loo, secretaris Den Haag Vereniging Haagse Arbeidsrecht Advocaten Postbus 30457 2500 GL Den Haag Tel. 070 - 376 06 06 Mr. M.J.M.Th. Keulaerds, secretaris Maastricht en Roermond Vereniging Arbeidsrecht Advocaten arr. Maastricht en Roermond Postbus 1750 6201 BT Maastricht Tel. 043 - 362 66 55 Fax 043 - 362 65 62
Jaarverslag 2006
S P E C I A L I S AT I E V E R E N I G I N G E N
(per 31 december 2006) Mw. mr. M.A.F. Overdijk, voorzitter Mw. mr. C. Lemmens, secretaris E-mail: clemmens@ thuispartners.nl Rotterdam Vereniging Rotterdamse Arbeidsrecht Advocaten Postbus 190 3000 AD Rotterdam Tel. 010 - 404 21 11 Fax 010 - 404 23 33 Mw. mr. H.E. Meerman, secretaris VERENIGING ASIELADVOCATEN EN -JURISTEN NEDERLAND (VAJN) Varnebroek 17, secretariaat 1815 HA Alkmaar Tel. 072 - 515 47 17 Fax 072 - 511 10 22 E-mail secretariaat: m.leijen@balienet.nl www.vajn.org VERENIGING VOOR BOUWRECHTADVOCATEN Mr. J. Hoekstra, voorzitter Secretariaat: Postbus 85851 2508 CN Den Haag Tel. 070 - 324 55 44 Fax 070 - 328 20 74 www.vbra.nl VERENIGING VAN FAMILIERECHT ADVOCATEN EN -SCHEIDINGSBEMIDDELAARS (VFAS) Mw. mr. K.T.J.M. Pijlsolde Scheper, voorzitter Postbus 65707 2506 EA Den Haag Tel. 070 - 362 62 15 Fax 070 - 427 32 63 E-mail: info@vfas.nl VERENIGING HUURRECHT ADVOCATEN (VHA) mw. mr. M.E. SmidtAdank Postbus 259 3940 AG Doorn Tel. 0343 - 42 04 12 (tijdelijk) Fax 0343 - 42 01 42 E-mail: vhaledenadmin@planet.nl www.huurrechtadvocaten.nl Mr. H.J. ter Meulen, Best, voorzitter Mr. T.H.G. Steenmetser, Amsterdam, secretaris Mr. J.W. Koekebakker, Ede, penningmeester Mr. H. Hielkema, Amsterdam Mr. M.J.M. ten Voorde, Utrecht VERENIGING VAN INCASSO ADVOCATEN (VIA) Postbus 307 1800 AH Alkmaar Tel. 072 - 54 11 070 Fax 072 - 54 11 071 www.via-incasso.nl Mr. M.R. van Zanten, Amsterdam, voorzitter Mw. mr. A.M. Koopman, Alkmaar, secretaris Mr. W.L.H. Janssens, Breda, penningmeester Overige (bestuurs)leden: Mr. A.S. van Gaalen, Aalsmeer Mr. B.T. van Onna, Veghel VERENIGING INFORMATICARECHT ADVOCATEN (VIRA) Mr. J.J. Linnemann, voorzitter Mr. P.G. van der Putt, secretaris Postbus 545 1000 AM Amsterdam Tel. 020 - 553 37 41 Fax 020 - 553 37 91 www.vira.nl VERENIGING INSOLVENTIERECHT ADVOCATEN (INSOLAD) mw. M.E. Smidt-Adank Postbus 21 3940 AA Doorn Tel. 0343 - 42 04 19 Fax 0343 - 42 01 42 E-mail: secretariaat@ insolad.nl www.insolad.nl Prof. mr. J.J. van Hees, Amsterdam, voorzitter Mr. drs. R. Mulder, Haarlem, secretaris Mr. M.J.M. Franken, Breda, penningmeester Mr. J.E. Stadig, Den Bosch Mr. M. Windt, Rotterdam VERENIGING VAN LETSELSCHADE ADVOCATEN (LSA) mw. M.E. Smidt-Adank Postbus 21 3940 AA Doorn Tel. 0343 - 42 04 12 Fax 0343 - 42 01 42 E-mail: secretariaat@lsa.nl www.lsa.nl Mr. P.N. Langstraat, Rotterdam, voorzitter Mr. D.J. van der Kolk, Rotterdam, vice-voorzitter Mr. Chr.H. van Dijk, Amsterdam, secretaris Mr. M.J. Snijder, Alphen aan den Rijn, penningmeester Mr. D.K. Kalma, Enschede, bestuurslid Opleidingen en PR Leden: Mw. mr. F.J. van Benthem, Etten-Leur Mr. J.W.M. Werker, Arnhem Mr. D.K. Kalma, Enschede NEDERLANDSE VERENIGING VAN MEDIATION ADVOCATEN Mr. J.M. Bosnak, voorzitter Postbus 560 6800 AN Arnhem Tel. 026 - 353 82 05 Fax 026 - 353 82 94 E-mail: voorzitter@ nvvma.nl http://www.nvvma.nl VERENIGING VAN MILIEURECHTADVOCATEN (VMA) Mw. mr. E.C.M. Schippers, secretaris Postbus 11756 2502 AT Den Haag Tel. 070 - 515 39 15 Fax 070 - 515 31 13 E-mail: ecm.schippers@ pelsrijcken.nl www.vma-adv.nl VERENIGING VAN ONTEIGENINGSADVOCATEN Mr. T.J. van Drooge, secretaris Postbus 479 7600 AJ Almelo Tel. 0546 - 82 08 27 E-mail: info@onteigenings-advocaten.nl www.onteigeningsadvocaten.nl SPECIALISATIEVERENIGING SOCIAAL ZEKERHEIDSRECHT ADVOCATEN (SSZ) Mr. B.J.M. de Leest, secretaris Postbus 13336 3507 LH Utrecht Tel. 030 - 233 32 48 Fax 030 - 234 39 65 www.ssz-advocaten.nl NEDERLANDSE VERENIGING VAN STRAFRECHTADVOCATEN (NVSA) Mr. P.W. van der Kruijs, secretaris Postbus 11033 5200 EA Den Bosch Tel. 073 - 612 22 66 Fax 073 - 612 23 21 E-mail: info@nvsa.nl www.nvsa.nl VERENIGING VAN ADVOCATEN VOOR SLACHTOFFERS VAN PERSONENSCHADE (ASP) Postbus 650 8901 BL Leeuwarden Tel. 058 - 213 15 55 Fax 058 - 213 00 66 E-mail: secretariaat@ asp-advocaten.nl www.asp-advocaten.nl Mr. J.M. Beer, Amsterdam, voorzitter Mw. mr. C.M. Keuning, Leeuwarden, secretaris Mw. mr. M.A. Smits, Nijmegen, penningmeester Overige bestuursleden: Mw. mr. C.E. Jeekel, Zwolle Mr. A.J.F. van Dok, Venray NEDERLANDSE VERENIGING VAN VERVOERRECHT ADVOCATEN Mr. M. Verhagen, secretaris Postbus 23046 3001 KA Rotterdam Tel. 010 - 217 09 99 Fax 010 - 217 09 90 E-mail: marcel@jvlaw.nl
60
REDACTIE EN EINDREDACTIE
Nederlandse Orde van Advocaten
CONCEPT EN VORMGEVING
Haagsblauw, Den Haag
FOTOGRAFIE
Aveq groep, Den Haag
DRUK
PlantijnCasparie, Den Haag